CRvB 11 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:830
Afwijzingen van de aanvragen om maatschappelijke opvang. De rechtbank heeft de beroepen ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dat aan appellant een vorm van opvang is geboden brengt nog niet met zich mee dat deze opvang in het licht van artikel 8 van het EVRM adequaat is. Dit vergt een inhoudelijke beoordeling waarvoor mede de psychische en fysieke toestand van appellant van belang zijn. Appellant heeft niet door middel van een psychiatrisch rapport op medisch objectieve gronden dan wel anderszins aannemelijk gemaakt dat hij aangewezen is op een andere vorm van opvang, met een eigen kamer. Niet kan gezegd worden dat de weigering van het college om appellant toe te laten tot de door hem verzochte opvang, in de vorm van een eigen kamer, geen blijk geeft van een “fair balance” tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van de toegang en de particuliere belangen van appellant om wel toegelaten te worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl