CRvB 16 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2444

Afwijzing aanvraag om toegelaten te worden tot de maatschappelijke opvang als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Wmo. Appellant heeft niet aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt dat hij het nabetaalde bedrag in de maand oktober 2011 van € 2000,- niet heeft kunnen aanwenden voor het zich op eigen kracht handhaven in de samenleving, door hiermee zelf in de opvangkosten (de huur van zijn woning) te voorzien. De Raad is van oordeel dat onder die omstandigheden niet gezegd kan worden dat de weigering van de toelating tot de maatschappelijke opvang in de door appellant gewenste vorm geen blijk geeft van een “fair balance” tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die toegang en de particuliere belangen van appellant om wel toegelaten te worden. Er bestond daarom ten tijde hier in geding geen noodzaak tot verdergaande opvang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken