CRvB 29 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3303
Appellant heeft terecht naar voren gebracht dat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, aan de in de aangevallen uitspraak aangehaalde rechtspraak omtrent de zogenaamde temporele werking van wetgeving (onder meer de uitspraak van 29 juni 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9827) in dit geval geen betekenis toekomt. Uit die rechtspraak komt naar voren dat, wanneer bij verandering van wetgeving geen specifieke voorschriften van overgangsrecht zijn gegeven, de aanspraken en verplichtingen van een verzekerde ten materiële dienen te worden beoordeeld naar de regelgeving zoals die van kracht was op de datum of gedurende het tijdvak waarop de aanspraken of verplichtingen betrekking hebben. Van een (hernieuwde) materiële beoordeling van aanspraken en verplichtingen is bij de in deze zaak aan de orde zijnde vraag echter geen sprake. Dit hoeft echter niet te leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, omdat de rechtbank op zichzelf bezien wel terecht tot de conclusie is gekomen dat het college bevoegd was het in het dwangsombesluit tevens neergelegde verrekeningsbesluit te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl