Art. 60a Participatiewet, Verrekening
1. Indien degene van wie de kosten van bijstand worden teruggevorderd dan wel die verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ontvangt van het college van een andere gemeente dan het college dat de kosten van bijstand terugvordert of de bestuurlijke boete heeft opgelegd, betaalt het college van die andere gemeente, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, het bedrag van de terugvordering of de bestuurlijke boete uit de algemene bijstand of de uitkering op verzoek aan het college dat de kosten van bijstand terugvordert of de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
2. Indien degene van wie de kosten van bijstand worden teruggevorderd dan wel die verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg of de Toeslagenwet of een uitkering of inkomensondersteuning ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van belanghebbende, het bedrag van de terugvordering of de bestuurlijke boete uit de uitkering of de inkomensondersteuning op verzoek aan het college dat de kosten van bijstand terugvordert of de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
3. Indien degene van wie de kosten van bijstand worden teruggevorderd dan wel die verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet betaalt de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van belanghebbende, het bedrag van de terugvordering of de bestuurlijke boete uit de uitkering op verzoek aan het college dat de kosten van bijstand terugvordert of de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
4. Onverminderd artikel 60, derde lid, en het eerste, tweede en derde lid kan het college een vordering die een belanghebbende op hem heeft, verrekenen met een vordering als bedoeld in artikel 58 en 59.
5. Indien de kosten van bijstand worden teruggevorderd door de Sociale verzekeringsbank is het eerste tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 8 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4256
- CRvB 8 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4255
- CRvB 1 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1019
- CRvB 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:22
- CRvB 9 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1951
- CRvB 6 augustus 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1698
- CRvB 1 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:421
- CRvB 16 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2913
- CRvB 11 augustus 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1816
- CRvB 18 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2817
- CRvB 24 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2240
- CRvB 5 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2463
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7983
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2855
- Rb. Zeeland-West-Brabant 17 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6433
- Rb. Zeeland-West-Brabant 24 april 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1971
- Rb. Rotterdam 21 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:1278
- Rb. Rotterdam 12 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6383
- Rb. Rotterdam 9 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5415
- Rb. Rotterdam 8 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5145