CRvB 20 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW9092

Verzoek om een bovenwettelijke WW-uitkering. Bij besluit heeft appellant betrokkene in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering en ten aanzien van het verzoek om een bovenwettelijke WW uitkering meegedeeld dat het Uwv voor zijn sector de bovenwettelijke regeling niet meer uitvoert. Het bezwaar daartegen van betrokkene heeft appellant niet ontvankelijk verklaard. Daartoe is overwogen dat het uitvoeren van de bovenwettelijke regeling voor appellant geen uitvoeringstaak is als genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, zodat de mededeling ten aanzien van het verzoek om bovenwettelijke WW-uitkering toe te kennen geen besluit is in de zin van art. 1:3 Awb. De raad overweegt dat een mededeling van een bestuursorgaan dat het in een bepaald geval niet bevoegd is het door verzoeker gewenste rechtsgevolg te bewerkstelligen in beginsel moet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in art. 1:3 lid 1 Awb, aangezien een dergelijke mededeling in ieder geval een beoordeling inhoudt van de aanwezigheid en de reikwijdte van de door de aanvrager om een besluit veronderstelde bevoegdheid. De mededeling van appellant ten aanzien van de bovenwettelijke WW uitkering is dan ook een besluit nu daarin een beoordeling heeft plaatsgevonden ten aanzien van die veronderstelde publiekrechtelijke bevoegdheid. Naar aanleiding van het daartegen gemaakte bezwaar heeft appellant vervolgens bezien of dit standpunt juist was en heeft appellant terecht het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd dat niet op het verzoek kon worden beslist en dat hier geen sprake is van een besluit in de zin van art. 1:3 Awb. Appellant heeft dat bezwaar echter ten onrechte niet ontvankelijk verklaard nu een volledige heroverweging heeft plaatsgevonden die in het bestreden besluit leidde tot de herhaalde en terechte conclusie dat appellant de desbetreffende aanvraag niet in behandeling neemt omdat hij daartoe niet de publiekrechtelijke bevoegdheid heeft. Appellant had het bezwaar dan ook ongegrond moeten verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen