Rb. Rotterdam 10 september 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7883

De 25 beroepen moeten worden aangemerkt als te zijn gericht tegen de 25 brieven van verweerder, die korter dan zes weken voor de ingestelde beroepen zijn verzonden. Indien is beslist of indien schriftelijk is geweigerd om te beslissen, is het niet mogelijk om vervolgens beroep in te stellen wegens niet tijdig beslissen, want daartoe strekt artikel 6:12 lid 2 Awb niet. Anders dan in het geval van niet tijdig beslissen in de zin van artikel 6:2 onder b Awb, staat tegen besluiten in de zin van artikel 1:3 en tegen de schriftelijke weigering besluiten te nemen als bedoeld in artikel 6:2 onder a Awb geen rechtstreeks beroep open bij de rechtbank op grond van artikel 7:1 lid 1 onder f Awb. Dit betekent dat, gelet op de hoofdregel van artikel 7:1 lid 1 Awb, eerst bij verweerder bezwaar dient te worden gemaakt. Met het oog op de te verrichten heroverweging merkt de rechtbank het volgende op. De rechtbank acht de handelwijze van verweerder in deze zaken opmerkelijk, nu verweerder er van op de hoogte was dat Woonbron weigerde aanvragen die met tussenkomt van MijnUrgentie zijn ingediend in behandeling te nemen en door te sturen naar SUWR en SUWR op haar beurt MijnUrgentie heeft bericht dat het niet mogelijk is aanvragen rechtstreeks bij haar in te dienen. In dit verband merkt de rechtbank op dat er geen beslissing van SUWR of verweerder voorligt in de zin van artikel 2:2 Awb. Dit betekent dat het door de genoemde instanties zonder meer weigeren om aanvragen die door MijnUrgentie namens eisers zijn ingediend in ontvangst te nemen en in behandeling te nemen in strijd is met (onder meer) de artikelen 2:1, 4:5 en 4:13 Awb. Uit de berichten van Woonbron en de brief van SUWR van 30 april 2020 blijkt verder dat zowel Woonbron als SUWR menen dat zij de vrijheid hebben om aan het indienen van een aanvraag de voorwaarde te kunnen stellen dat de woningzoekende in persoon voorafgaand aan de indiening van de aanvraag met Woonbron een intakegesprek aangaat. Een dergelijke eis volgt niet uit de Verordening en is in strijd met de Awb. Het ligt dan ook op de weg van verweerder, die in deze net als SUWR een bevoegdheid toekomt, om zich in het kader van de heroverweging te bezinnen over de wenselijkheid van het al dan niet naar zich toetrekken van de beslissingsbevoegdheid in deze zaken. Daarbij kan een rol spelen of met Woonbron en SUWR alsnog afspraken gemaakt kunnen worden over de afdoening van de voorliggende aanvragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken