CRvB 18 juli 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR0265
Rechtspositieregelingen die bij ziekte de opbouw van het recht op vakantie beperken zonder minimum waarborg van vier weken, zijn in strijd zijn met het EU-recht. Gelet op de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 februari 2010 kan niet anders worden geoordeeld dan dat de minister van BZK inmiddels de opvatting is toegedaan dat de artikelen 22 en 23 van het ARAR (en de daarop gebaseerde uitvoeringspraktijk) niet in lijn zijn met de EG-richtlijn 2003/88, zoals die richtlijn conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 20 januari 2009, Schultz-Hoff e.a., C-350/06 en C-520/06, NJ 2009, 252 moet worden uitgelegd. Anders dan appellant (de Minister van Veiligheid en Justitie) kennelijk veronderstelt is hij bij de uitleg en toepassing van de bepalingen van het ARAR gebonden aan deze in de circulaire besloten liggende gewijzigde opvatting.
De uitspraak op rechtspraak.nl