CRvB 18 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL9739

De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de ongeschiktheid van appellant op goede gronden is aangenomen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant meer dan voldoende verbeterkansen zijn gegeven, welke kansen hij niet heeft weten te benutten. Bijzondere omstandigheden. Die omstandigheden ziet de Raad gelegen in het langdurige dienstverband van appellant en in het feit dat hij voor 50% in dienst van de RDW blijft en in die functie goed functioneert. Appellant is, naar ter zitting is gebleken, gedurende enige tijd geplaatst geweest in een op initiatief van de regio West van de RDW opgezette pool. Ten tijde van het in 2006 verleende ontslag was appellant uit deze pool gehaald. De Raad is niet duidelijk geworden waarom dit is gebeurd. Gelet hierop kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat de directie voldoende invulling heeft gegeven aan de uit het zorgvuldigheidsbeginsel voortvloeiende verplichting om te onderzoeken of herplaatsing van appellant in een passende functie binnen zijn gezagsbereik mogelijk was. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen