CRvB 10 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:852
De Raad is van oordeel dat de korpschef zich op het standpunt heeft mogen stellen dat appellante niet beschikt over de juiste grondhouding, nodig om het politieambt uit te oefenen. De korpschef was bevoegd om appellante op die grond te ontslaan. In wat appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de korpschef bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze bevoegdheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl