CRvB 19 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4735
Dubbel hoger beroep. Niet is in geschil dat betrokkene buiten het bereik van de in het jaar 2000 getroffen coulance-regeling valt omdat hij, op het moment dat het coulance-aanbod is gedaan, niet meer in dienst was van het korps Amsterdam-Amstelland. Betrokkene heeft zich evenwel op het standpunt gesteld dat de korpsbeheerder, door te beslissen dat hij niet in aanmerking komt voor de in 2005 overeengekomen minnelijke regeling, in strijd met het vertrouwensbeginsel heeft gehandeld. Daartoe heeft betrokkene met name gewezen op de overweging ten overvloede in de uitspraak van de rechtbank Assen van 3 oktober 2002 (...). Betrokkene stelt dat deze overweging voor hem gedragsbepalend is geweest, in deze zin dat hij heeft gemeend te kunnen afzien van hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 juni 2003. Beroep op vertrouwensbeginsel faalt: geen ondubbelzinnig en ongeclausuleerd toezeggingen gedaan die bij de betrokkene gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. Beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin. Het resultaat van de in 2005 gevoerde onderhandelingen was dat de groep van personen die in aanmerking kwam voor de beëindigingsvergoeding was beperkt tot de onder 1.6 genoemde groepen van medewerkers. De Raad kan, gegeven het onverplichte karakter van de in 2005 overeengekomen minnelijke regeling, deze door de korpsbeheerder aangebrachte beperking niet voor onjuist houden. Nu voorts tussen partijen niet in geschil is dat betrokkene ten tijde van de onderhandelingen in 2005 niet tot de genoemde groepen van medewerkers behoorde, ziet de Raad reeds daarin een voldoende grond om een verschil in behandeling gerechtvaardigd te achten. De Raad volgt de korpsbeheerder in zijn grief dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bezwaar van betrokkene tegen het primaire besluit van 6 december 2005 niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Mede gelet op hetgeen voor herhaalde aanvragen is bepaald in artikel 4:6 van de Awb, kan de Raad zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat het besluit van de korpsbeheerder van 6 december 2005, waarbij het verzoek van betrokkene van 26 september 2005 met toepassing van genoemd artikel is afgewezen, niet kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl