CRvB 10 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8134

Verzoek om herziening van zijn ouderdomspensioen, omdat hij en zijn echtgenote geheel apart wonen en elkaar niet verzorgen. Dit verzoek is door Svb afgewezen. Raad: Appellant betoogt onder meer dat het onbegrijpelijk is dat, omdat ongehuwd samenwonenden gelijk worden gesteld met gehuwden, gehuwde personen met een eigen huishouding niet gelijk worden gesteld met ongehuwde personen met een LAT-relatie. Hij betoogt dat hij evenmin als de niet-samenwonende ongehuwde persoon de mogelijkheid heeft om woonkosten en overige kosten te delen, maar niettemin een lager pensioen ontvangt dan de ongehuwde persoon. De Raad vat het betoog van appellante op als een beroep op het in verdragen vastgelegde discriminatieverbod. Vooropgesteld moet worden dat dit discriminatieverbod niet meebrengt dat elke ongelijke behandeling van gelijke gevallen verboden is, doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling ontbreekt. Daarbij verdient opmerking dat op het gebied van de sociale zekerheid en sociale verzekering aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of gevallen als gelijk moeten worden beschouwd, en, in het bevestigende geval, of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om die gevallen niettemin in verschillende zin te regelen. In onderdeel 4.5 van de conclusie van de advocaat-generaal bij het arrest van de Hoge Raad van 11 juni 2010 ( LJN: BL7267) is beschreven dat het onderhavige verschil in behandeling tussen gehuwden en ongehuwden verband houdt met het feit dat echtgenoten op grond van het BW een afdwingbare zorgverplichting jegens elkaar hebben. De sociaal-economische band tussen echtgenoten die onder meer hieruit voortvloeit, is in zijn algemeenheid dwingender en hechter dan die tussen ongehuwden. Evenals de Hoge Raad in zijn arrest van 11 juni 2010 is de Raad dan ook van oordeel dat gelet hierop niet kan worden gezegd dat - indien al sprake is van gelijke gevallen - de wetgever de hem toekomende beoordelingsvrijheid heeft overschreden door het onderhavige onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden te maken. Ook in zoverre faalt het hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen