CRvB 10 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG8911
Appellante had een WW-uitkering. In verband met haar re-integratie is een aantal gesprekken met haar gevoerd en is ten aanzien van haar een re-integratievisie als bedoeld in artikel 30a, eerste en tweede lid, van de Suwi opgesteld. In die re-integratievisie is een aantal verplichtingen voor haar opgenomen. De Raad is van oordeel dat de re-integratievisie een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is. Aan appellante werd een maatregel opgelegd omdat zij de in de re-integratievisie neergelegde verplichtingen niet had nageleefd. De Raad is van oordeel dat die verplichtingen onvoldoende helder en geconcretiseerd zijn, zodat voor het opleggen van een maatregel geen grondslag aanwezig was.
De uitspraak op rechtspraak.nl