CRvB 14 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2465

De Raad oordeelt dat in de re-integratievisie onder het kopje ‘Acties van client en re-integratiecoach’ een concretisering inhoudt van de uit de wet voortvloeiende verplichting van betrokkene. Naar het oordeel van de Raad betreft de aan betrokkene opgedragen actie een uitwerking van de in artikel 26, eerste lid, aanhef en onder e, van de WW opgenomen verplichting om mee te werken aan de activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid, bedoeld in de hoofdstukken VI en XA. Daarnaast kan betrokkene recht doen gelden op de intensieve begeleiding gedurende de in de re-integratievisie genoemde periode. De re-integratievisie is naar het oordeel van de Raad in zoverre op rechtsgevolg gericht, zodat de rechtbank ten onrechte tot de slotsom is gekomen dat de onderhavige re-integratievisie niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat het Uwv het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het Uwv heeft de op betrokkene betrekking hebbende re-integratievisie niet te laat vastgesteld, zodat het Uwv terecht bij besluit 1 het besluit van 29 januari 2007 heeft gehandhaafd. Geen schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen