CRvB 1 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK5635

Besluit. De in geding zijnde re-integratievisie is naar het oordeel van de Raad op rechtsgevolg gericht, zodat de rechtbank ten onrechte tot de slotsom is gekomen dat deze niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat betrokkene niet kan worden ontvangen in zijn bezwaar. Betrokkene betoogt in hoofdzaak dat hij op medische gronden niet in staat is arbeid te verrichten en dat hem om die reden ten onrechte geen uitkering op grond van de IVA (Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten) is toegekend, zodat re-integratie niet aan de orde is. Dit betoog slaagt niet. In de eerste plaats moet de Raad – gezien de uitspraak van de rechtbank met betrekking tot de rechtmatigheid van het besluit omtrent de WGA-uitkering, uitgaan van de juistheid van dat besluit. Daarmee is in rechte onaantastbaar geworden dat betrokkene terecht geen IVA-uitkering is verleend. Ten tweede heeft appellant in het hier in geding zijnde besluit juist beslist dat betrokkene niet aan een integratietraject wordt onderworpen. De desbetreffende stelling van betrokkene mist daarom doel. Vernietiging uitspraak. Verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen