CBb 27 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:649

Fosfaatrechten; het fosfaatrechtenstelsel legt een individuele en buitensporige last op appellante. Het College gaat ervan uit dat appellante al sinds 2002 haar bedrijf wilde verplaatsen en/of uitbreiden, maar dat dit op de oude locatie niet mogelijk was vanwege natuurontwikkeling en het niet meewerken van de verpachter. Appellante heeft voldoende aangetoond dat zij uiteindelijk geen andere keuze had dan haar melkveebedrijf te verplaatsen. Zij heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat (enige) uitbreiding ten opzichte van de oude bedrijfslocatie noodzakelijk was. Het College ziet aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de individuele melkveehouder zelf de gevolgen van zijn ondernemersbeslissingen draagt, omdat appellante al sinds 2002 haar bedrijf wilde verplaatsen en/of uitbreiden en zij in 2006 al een plan had om een uitbreiding van haar melkveebedrijf te realiseren. De invoering van het fosfaatrechtenstelsel was toen nog niet voorzienbaar. Om de verplaatsing van het melkveebedrijf mogelijk te maken, heeft appellante vanaf begin 2012 grote investeringen moeten doen, maar de invoering van het fosfaatrechtenstelsel per 2 juli 2015 heeft het alternatieve plan van appellante doorkruist waardoor het voor haar moeilijk is om een rendabel melkveebedrijf op te bouwen. Appellante kon in haar situatie niet anticiperen op de keuze van de peildatum 2 juli 2015. Verweerder dient aan appellante ter compensatie van de last een ontheffing van het fosfaatrechtenstelsel te verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken