CBb 19 oktober 2021, ECLI:NL:CBB:2021:950

Vaststelling door NZa van een vaste grens (budget) voor de acute geestelijke gezondheidszorg voor de regio Amsterdam en omgeving voor het jaar 2020. Het College overweegt dat hoewel het budget wettelijk de vorm heeft van een tarief, inhoudelijk eerder sprake is van een beschikbaarheidbijdrage, omdat het budget is bedoeld om de beschikbaarheid van bedden en personeel voor de opvang van acute psychiatrische patiënten te waarborgen. Het College overweegt voorts dat NZa verantwoordelijk is voor de beoordeling of het aangevraagde tarief voldoet aan het vereiste van kostendekkendheid. Appellante heeft zich -mede door een brief van NZa die een reactie was op haar eerdere eenzijdige aanvraag- genoodzaakt gezien om een tweezijdige aanvraag mee te ondertekenen, omdat zij (terecht of ten onrechte) vreesde te weinig geld te hebben om alle aanbieders van acute zorg in de regio te kunnen betalen. Het College is van oordeel dat NZa het budget niet conform die tweezijdige aanvraag heeft mogen vaststellen, nu NZa een inhoudelijke beoordeling van de kostendekkendheid van het aangevraagde budget achterwege heeft gelaten. Daarbij was het aangevraagde budget feitelijk eenzijdig opgesteld door de zorgverzekeraar, op basis van het door Zorgverzekeraars Nederland gehanteerde rekenmodel. Door uit te gaan van een landelijk budget en dat volgens een bepaalde verdeelsleutel over de 28 regio’s te verdelen ontstond per regio een van te voren vaststaand budgetplafond. Die manier van bepalen van het budget verdraagt zich echter niet met de wijze waarop op grond van de Beleidsregel acute psychiatrische hulpverlening het budget moet worden berekend. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken