CBb 10 september 2019, ECLI:NL:CBB:2019:393
Wmg. Beroep door zorgverzekeraars tegen tarieven verloskundige zorg voor het jaar 2018. Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft alleen de resultaten verwerkt van deelonderzoek 1 (vaststellen tarief aan de hand van gewijzigde praktijkkosten en productie), maar niet die van deelonderzoek 2, waarin gezocht is naar verklaringen voor de gewijzigde (met 17% verminderde) productie. Een deel van de productiviteitsdaling wordt verklaard door een verandering in het takenpakket van de verloskundige, maar daarvoor is reeds gecorrigeerd in de tariefberekening op basis van deelonderzoek 1. Tussen de zorgverzekeraars en NZa is in geschil of de tarieven gecorrigeerd dienen te worden i.v.m. de 2,59% productiviteitsdaling die is gerelateerd aan een combinatie van een daling van het aantal geboorten en een stijging van het aantal verloskundigen. Tevens is in geschil of NZa nader onderzoek zou dienen te doen n.a.v. de 11,16% productiviteitsdaling waarvoor in deelonderzoek 2 geen verklaring is gevonden. Het College is van oordeel dat verweerster tot de conclusie heeft kunnen komen dat uit deelonderzoek 2 niet de conclusie kan worden getrokken dat de daling van het aantal zorgeenheden is te wijten aan ondoelmatig optreden van de verloskundigen. NZa heeft terecht aangevoerd dat in het onderhavige geval uit het enkele feit dat de verloskundigen – als gevolg van onder meer een lager aantal geboorten in combinatie met een hoger aantal verloskundigen – hun gemiddelde werkweek van 59 uur hebben kunnen terugbrengen naar 52 uur niet worden geconcludeerd dat sprake is van ondoelmatigheid waarvoor de tarieven behoren te worden gecorrigeerd. De vastgestelde maximumtarieven zijn niet ondeugdelijk gemotiveerd. Het College verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl