CBb 26 januari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:64

Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet Artikel 72b, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden Fosfaatrechten – generieke korting – individuele en buitensporige last Appellante had grond verpacht en niet opgegeven in haar gecombineerde opgave 2015. Niet is vast komen vast te staan dat zij de feitelijke beschikkingsmacht had over deze grond. Uit de beweegredenen van appellante om de beschikkingsmacht over de grond over te dragen aan de eenmanszaak die door een van de maten werd gedreven, namelijk het voorkomen van eventuele nadelige gevolgen van het stelsel Verantwoorde groei melkveehouderij, blijkt voorts dat dit een welbewuste keuze van appellante was. Verweerder heeft deze landbouwgrond dan ook terecht buiten beschouwing gelaten bij het vaststellen van de fosfaatruimte van appellante. Nu daaruit volgt dat appellante niet grondgebonden is heeft verweerder terecht de generieke korting toegepast. Appellante heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt. Dat appellante als gevolg van de toepassing van de generieke korting voor een investering zou komen te staan om het daardoor ontstane gat te dichten is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid die reden is voor het aannemen van een individuele en buitensporige last. Dat het een eenmalig situatie betrof maakt in dit geval niet dat sprake is van een bijzondere omstandigheid die buiten haar macht lag omdat appellante welbewust heeft gekozen voor deze (tijdelijke) verpachting van een deel van haar grond met oog op de voorkoming van negatieve gevolgen die haar ten deel zouden (kunnen) vallen op grond van een andere regeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken