CBb 19 januari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:48

Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet. Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Omdat de volledige afbouw van de varkenstak met zich brengt dat meer melkvee moet worden gehouden ter compensatie dan de voorgenomen afbouw met 168 varkens, dient de beslissing tot volledige afbouw, zeker gezien het tijdstip waarop die beslissing is genomen, bedrijfseconomisch noodzakelijk zijn dan wel ingegeven zijn door een andere dwingende reden, wil die beslissing navolgbaar zijn. Het is echter onduidelijk gebleven waarom appellante heeft gekozen voor volledige afbouw van de varkenstak. Appellante had zich, gezien het tijdstip waarop de beslissing tot omschakeling is genomen en de wijze waarop het is uitgevoerd, moeten realiseren dat uitbreiding van de melkveehouderij meer dan de gebruikelijke ondernemersrisico’s met zich zou brengen en had een zekere mate van voorzichtigheid moeten en kunnen betrachten. Nog daargelaten dat het College in beginsel het berekenen van de te houden hoeveelheid melkvee ter compensatie van inkomstenverlies ten gevolge van een krimp in het aantal gehouden varkens aan de hand van KWIN-normen niet onredelijk acht, heeft appellante onvoldoende onderbouwd dat ter compensatie van de navolgbare geoordeelde afbouw met 168 varkens, meer dan de hoeveelheid toegekende fosfaatrecht noodzakelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken