CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7

Meststoffenwet: artikelen 21b, eerste lid, 23, derde lid; Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP). Fosfaatrechten; beoordeling van beroep op artikel 1 van het EP. Geen inbreuk op artikel 1 van het EP aangenomen. Vast staat dat appellante op de peildatum 2 juli 2015 niet beschikte over de vereiste NB-vergunning voor het beoogde aantal melkkoeien en jongvee. Het College is van oordeel dat in gevallen als de onderhavige, waarin op de peildatum nog niet over alle voor het rechtsgeldig functioneren van de uitbreiding benodigde vergunningen wordt beschikt en op het verkrijgen van een of meer van die vergunningen is vooruitgelopen met het doen van al dan niet omkeerbare investeringsbeslissingen, in beginsel geen ruimte is om aan te nemen dat sprake is van een schending van artikel 1 van het EP. Dat er in het geval van appellante sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval niettemin anders zou moeten worden geoordeeld, is niet gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken