CBb 2 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:228

Meststoffenwet artikel 23, derde lid; Uitvoeringsbesluit Msw artikel 72b, eerste lid, Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) artikel 6 Het geding spitst zich toe op de vraag of verweerder de fosfaatruimte juist heeft vastgesteld. Het hele perceel moet worden bemonsterd en als dat niet het geval is, moet voor dat hele perceel (en niet alleen voor het niet bemonsterde deel) van de fosfaattoestand hoog worden uitgegaan. Bij het vaststellen van de fosfaatruimte mag verweerder, als daar aanleiding toe bestaat, van andere perceeloppervlakten uitgaan dan die appellante heeft vermeld in haar gecombineerde opgave 2015. Verweerder mag bij het vaststellen van het fosfaatrecht van forfaitaire excretiefactoren uitgaan. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken