CBb 27 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:371
Meststoffenwet Het betoog van appellante dat bij de bepaling van de grondgebondenheid geen rekening is gehouden met de bedrijfsspecifieke excretie (BEX) wordt niet gevolgd nu uit relevante kamerstukken blijkt dat de wetgever er expliciet voor heeft gekozen om de daadwerkelijke fosfaatproductie niet tot uitgangspunt te nemen in de regelgeving. Verweerder heeft eveneens terecht geconcludeerd dat de knelgevallenregeling niet van toepassing is op de bedrijfssituatie van appellante. Het beroep op artikel 1 van het EP slaagt niet, reeds omdat een nadere toelichting over de feitelijke gevolgen van het fosfaatrechtenstelsel voor het bedrijf van appellante ontbreekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl