CBb 4 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:65
Het beroep van appellant op de startersregeling als bedoeld in artikel 72 van het Uitvoeringsbesluit Msw slaagt niet. Appellant heeft geen nieuw bedrijf gestart, hij heeft zijn bestaande melkveehouderij enkel verplaatst naar een nieuwe bedrijfslocatie. Een bestaand bedrijf dat uitbreidt, is niet op één lijn te stellen met een nieuw gestart bedrijf. Ook het beroep op de knelgevallenregeling als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Msw slaagt niet. Verweerder heeft gemotiveerd gesteld dat appellant niet voldoet aan de voorwaarde dat het fosfaatrecht op de peildatum minimaal 5% lager is dan het fosfaatrecht kort voordat de buitengewone omstandigheid intrad; ten opzichte van 31 december 2012, voordat de bouwwerkzaamheden zijn gestart, is het aantal dieren gestegen. Appellant heeft dit niet heeft betwist. Verweerder heeft het beroep op de knelgevallenregeling terecht afgewezen. Voorts heeft verweerder terecht de BEX waarden niet als uitgangspunt genomen voor de vaststelling van de fosfaatruimte van het bedrijf van appellant. Ook het beroep dat appellant in dit verband doet op het vertrouwensbeginsel, slaagt niet. Ten slotte heeft appellant naar het oordeel van het College niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op hem legt.
De uitspraak op rechtspraak.nl