CBb 23 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:413

Artikel 23, vierde lid, van de Msw. Artikel 1 EP. Fosfaatruimte. Bedrijfsoverdracht. Verweerder heeft het fosfaatrecht van appellante bepaald door het haar toekomende fosfaatrecht vast te stellen op basis van de referentiegegevens van haar bedrijf op de peildatum 2 juli 2015 en daarbij op te tellen het fosfaatrecht van het in 2017 overgenomen bedrijf op basis van de referentiegegevens van dat bedrijf op de peildatum. Verweerder heeft een juiste toepassing gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de Msw door het fosfaatrecht van de later samengevoegde bedrijven voor ieder bedrijf afzonderlijk te bepalen op grond van de situatie op 2 juli 2015 (zie ook uitspraak van het College van 30 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:319). Dat verweerder een brief heeft gestuurd met informatie over de uitgangspunten voor de vaststelling van het fosfaatrecht waarin de gronden van beide bedrijven in strijd met artikel 23, vierde lid, van de Msw, waren opgeteld, maakt niet dat de vaststelling van het fosfaatrecht van appellante in strijd met het vertrouwensbeginsel is. Feitelijke beschikkingsmacht op de peildatum over de gronden van het later overgenomen bedrijf ten dele aangetoond. Geen geslaagd beroep op artikel 1EP.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken