CBb 26 mei 2020, ECLI:NL:CBB:2020:360
Fosfaatrechten. Startersregeling. Artikel 72 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Dat appellant in de eerste vier maanden van 2015 geen melk heeft geproduceerd, komt tot uitdrukking in het (lage) gemiddelde aantal melkkoeien (over het hele jaar) waarvan verweerder uitgaat. Appellant heeft gelijk als hij stelt dat zijn bedrijf op 2 juli 2015 nog niet volledig operationeel was en dat daardoor zijn gemiddelde melkproductie in 2015 een vertekend beeld geeft. Dat geldt voor alle melkveebedrijven waarop de startersregeling ziet (zie de nota van toelichting bij het Besluit van 20 december 2017 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit, Stb. 2017, 521, p. 9). Het beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden slaagt niet. Op grond van de startersregeling is aan appellant compensatie geboden voor het feit dat de stal op de peildatum niet bezet was. Een nadere toelichting over de feitelijke gevolgen van het wijzigingsbesluit na verhoging van het fosfaatrecht voor het bedrijf van appellant ontbreekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 25 februari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:114
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 30 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:184
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522