CBb 17 december 2019, ECLI:NL:CBB:2019:677
Msw. Fosfaatrechten. Grondgebondenheid. De Grensboerregeling omvat slechts een uitzondering op de verplichting tot weging en bemonstering van dierlijke meststoffen als die worden afgevoerd naar grenspercelen die tot 25 kilometer in België liggen en die in het kader van normale bedrijfsvoering bij hetzelfde bedrijf in gebruik zijn. Onder meer voor de bepaling van de mate van grondgebondenheid geldt dat de Msw buiten Nederland gelegen oppervlakte landbouwgrond uitsluit. De grenspercelen van appellante in België tellen dan ook niet mee voor haar grondgebondenheid (fosfaatruimte). De uitbreidingsvergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 heeft appellante pas na 2 juli 2015 verkregen en zij mocht toen (dus) niet meer dan 251 melkkoeien houden. Voor zover zij verder heeft uitgebreid dan voor dat aantal melkkoeien, is zij met dat deel van haar investeringen vooruitgelopen op de vereiste uitbreidingsvergunning. Zoals het College eerder heeft overwogen, is dan (hier: in zoverre) in beginsel geen ruimte om aan te nemen dat sprake is van strijd met artikel 1 van het EP.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Meststw
- Artikel 8 Meststw
- Artikel 23 Meststw
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 8:36 Awb
- Artikel 2 BPB
- Artikel 6 Besluit tarieven in strafzaken 2003
- Artikel 84 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
- Artikel 91 Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
- Artikel 21a Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden