Rb. Rotterdam 26 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:588

Toepassing toerekeningsleerstuk bij private equity bedrijven De rechtbank ziet met ACM niet in waarom in het geval van investeringsmaatschappijen (private equity bedrijven) het leerstuk niet van toepassing zou zijn. Een private equity bedrijf beheert een of meerdere investeringsfondsen die op hun beurt deelnemingen verwerven in verschillende ondernemingen (portfolio ondernemingen). Het toerekeningsleerstuk is toepasbaar op meerdere maatschappijen die samen tot dezelfde keten behoren en sluit investeringsmaatschappijen niet uit. Relevant is de vraag of de portfolio ondernemingen zelfstandig hun gedrag bepalen of dat het private equity bedrijf een beslissende invloed heeft waardoor niet (meer) gezegd kan worden dat de portfolio ondernemingen zelfstandig handelen en dat zij met het private equity bedrijf als een economische eenheid zijn te beschouwen. Het gedrag en de bevoegdheden van een private equity bedrijf hoeft immers niet gelijk te zijn aan die van een enkel en alleen financiële investeerder. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het geheel aan feiten en aanwijzingen ACM terecht heeft geoordeeld dat er zodanige economische, organisatorische en juridische banden bestonden dat er sprake is van beslissende invloed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken