HvJ EU 11 september 2025, C-341/24, ECLI:EU:C:2025:693

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)

11 september 2025 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Landbouw – Gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt – Communautaire beschermingsregeling voor wijnnamen – Verordening (EG) nr. 1493/1999 – Artikel 54 – In bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (v.q.p.r.d.) – Verordening (EG) nr. 479/2008 – Artikel 43, lid 2, en artikel 51 – Verordening (EG) nr. 1234/2007 – Artikel 118 duodecies, lid 2, en artikel 118 vicies – Verordening (EU) nr. 1308/2013 – Artikel 101, lid 2, en artikel 107 – Unierechtelijke bescherming van in het nationale recht erkende v.q.p.r.d. – Conflict tussen een beschermde wijnnaam en een bekend ouder merk dat een woord bevat dat identiek is aan die benaming – Beweerdelijk misleidende benaming – Overgangsregeling – Automatische uitbreiding van de bescherming – Volledigheid van de beschermingsregeling – Rechtszekerheid”

In zaak C‑341/24,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Corte suprema di cassazione (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Italië) bij beslissing van 8 mei 2024, ingekomen bij het Hof op 8 mei 2024, in de procedure

Duca di Salaparuta SpA

tegen

Ministero dell’Agricoltura, della Sovranità alimentare e delle Foreste,

Consorzio volontario di tutela dei vini DOC Salaparuta,

Baglio Gibellina Srl,

Cantina Giacco Soc. coop. agricola,

Madonna del Piraino Soc. coop. agricola,

in tegenwoordigheid van:

Botte di Vino di VH & C. Snc,

Baglio San Vito Srl, in liquidatie,

Romeo Vini di CZ & C. Sas,

wijst

HET HOF (Derde kamer),

samengesteld als volgt: C. Lycourgos, kamerpresident, S. Rodin, N. Piçarra, O. Spineanu-Matei en N. Fenger (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: M. Campos Sánchez-Bordona,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– Duca di Salaparuta SpA, vertegenwoordigd door S. de Bosio, R. Vaccarella, G. Vecchione, avvocati, en D. Philippe, avocat,

– het Consorzio volontario di tutela dei vini DOC Salaparuta, Baglio Gibellina Srl en Madonna del Piraino Soc. coop. agricola, vertegenwoordigd door F. Pacciani en S. Parlatore, avvocati,

– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door M. Auciello en M. Di Benedetto, avvocati dello Stato,

– de Portugese regering, vertegenwoordigd door P. Barros da Costa, J. Ramos en A. Ribeiro de Almeida, advogados,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door L. Di Masi, M. Konstantinidis en F. Thiran als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 3 april 2025,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1999, L 179, blz. 1, met rectificatie in PB 1999, L 271, blz. 47), van verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999 (PB 2008, L 148, blz. 1, met rectificatie in PB 2008, L 220, blz. 35), van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening) (PB 2007, L 299, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009 (PB 2009, L 154, blz. 1) (hierna: „verordening nr. 1234/2007”), alsook van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 671).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de vennootschap Duca di Salaparuta SpA enerzijds en het Ministero dell’Agricoltura, della Sovranità alimentare e delle Foreste (ministerie van Landbouw, Voedselsoevereiniteit en Bossen, Italië), het Consorzio volontario di tutela dei vini DOC Salaparuta (vrijwillig consortium voor de bescherming van wijnen met de gecontroleerde oorsprongsbenaming Salaparuta, Italië) en de vennootschappen Baglio Gibellina Srl, Cantina Giacco Soc. coop. agricola, Madonna del Piraino Soc. coop. agricola, Botte di vino di VH & C. snc, Baglio San Vito Srl, in liquidatie, en Romeo Vini di CZ & C. Sas anderzijds, over een vordering tot nietigverklaring en/of ongeldigverklaring van de registratie op het niveau van de Europese Unie van de beschermde oorsprongsbenaming „Salaparuta” en de erkenning in het Italiaanse recht van het woord „Salaparuta” als gecontroleerde oorsprongsbenaming, op grond dat deze benamingen een gevaar voor conflict inhouden met de bekende oudere merken die voor wijnen zijn geregistreerd, waarvan Duca di Salaparuta houder is, en die dezelfde benamingen bevatten.

Toepasselijke bepalingen

Internationaal recht

Verdrag van Parijs

3 Het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom is op 20 maart 1883 te Parijs ondertekend, op 14 juli 1967 te Stockholm laatstelijk herzien en op 28 september 1979 gewijzigd (United Nations Treaty Series, deel 828, nr. 11851, blz. 305; hierna: „Verdrag van Parijs”). Alle lidstaten van de Unie zijn partij bij dat verdrag.

4 Artikel 10 bis van dit verdrag bepaalt: „(1) De landen der Unie zijn gehouden aan hen, die tot de Unie behoren, een daadwerkelijke bescherming te verlenen tegen de oneerlijke mededinging. (2) Elke daad van mededinging, strijdig met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel, levert een daad van oneerlijke mededinging op. (3) Met name zullen moeten worden verboden: 1. alle daden, welke ook, die verwarring zouden kunnen verwekken door onverschillig welk middel ten opzichte van de inrichting, de waren of de werkzaamheid op het gebied van nijverheid of handel van een concurrent; […] 3. aanduidingen of beweringen, waarvan het gebruik zich bij het handel drijven leent tot het verwekken van verwarring bij het publiek omtrent de aard, de wijze van vervaardiging, de kenmerken, de bruikbaarheid of de hoeveelheid van de waren.”

Overeenkomst van Madrid

5 Artikel 3 bis van de Overeenkomst van Madrid van 14 april 1891 betreffende de bestrijding van valse of misleidende herkomstaanduidingen, zoals laatstelijk herzien te Stockholm op 14 juli 1967 (United Nations Treaty Series, deel 828, nr. 11848, blz. 163, hierna: „Overeenkomst van Madrid”), luidt: „De landen waarvoor [de Overeenkomst van Madrid] geldt, verbinden zich er tevens toe te verbieden dat bij de verkoop, uitstalling of tekoopaanbieding van producten gebruik wordt gemaakt van enige aanduidingen die het karakter van reclame dragen en die het publiek kunnen misleiden ten aanzien van de herkomst van de producten doordat zij voorkomen op uithangborden, advertenties, facturen, wijnlijsten, zakelijke brieven of handelspapieren of op enige andere commerciële mededeling.”

TRIPs-Overeenkomst

6 De overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (hierna: „TRIPs-overeenkomst”) is opgenomen als bijlage 1 C bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die is ondertekend te Marrakesh op 15 april 1994 en goedgekeurd bij besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986‑1994) voortvloeiende overeenkomsten (PB 1994, L 336, blz. 1). De leden van de WTO, waaronder alle lidstaten van de Unie alsook de Unie zelf, zijn partij bij de TRIPs-overeenkomst.

7 Artikel 2 van deze overeenkomst, dat onder deel I ervan valt, bepaalt in lid 1: „Wat betreft de delen II, III en IV van deze Overeenkomst leven de leden de artikelen 1 tot en met 12 en 19 van het [Verdrag van Parijs] na.”

8 Artikel 22 van deze overeenkomst, dat behoort tot deel II ervan, bepaalt in lid 1: „Voor de toepassing van deze overeenkomst worden onder geografische aanduidingen verstaan aanduidingen die aangeven dat waren hun oorsprong hebben op het grondgebied van een lidstaat, of een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de waren wezenlijk valt toe te schrijven aan zijn geografische oorsprong.”

Unierecht

Verordening nr. 1493/1999

9 In artikel 52, lid 1, van verordening nr. 1493/1999 was bepaald: „Indien een lidstaat de naam van een bepaald gebied verleent aan een [in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (v.q.p.r.d.)] en, in voorkomend geval, aan een wijn die bestemd is om tot v.q.p.r.d. te worden verwerkt, mag deze naam niet worden gebruikt voor de omschrijving van producten uit de wijnbouwsector die niet afkomstig zijn uit dat gebied en/of waaraan deze naam niet is verleend overeenkomstig de toepasselijke communautaire en nationale voorschriften. […] […]”

10 In artikel 54 van deze verordening was het volgende bepaald: „1. Onder ‚in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn’ (v.q.p.r.d.) wordt verstaan, wijn die voldoet aan de bepalingen van deze titel en de communautaire en nationale bepalingen die te dien aanzien zijn aangenomen. […] 4. De lidstaten verstrekken de [Europese] Commissie de lijst van door hen erkende v.q.p.r.d., met opgave, voor elk van deze v.q.p.r.d., van de nationale bepalingen die voor de productie en de bereiding van deze v.q.p.r.d. gelden. 5. De Commissie maakt de lijst bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.”

11 In deel F („Merken”) van bijlage VII bij die verordening stond: „[…] 2. In afwijking van punt 1, eerste alinea, onder b), mag de houder van een geregistreerd merk voor wijn of druivenmost dat gelijk is aan: – de naam van een kleinere geografische eenheid dan een bepaald gebied, die wordt gebruikt voor de omschrijving van een v.q.p.r.d., of – de naam van een geografische eenheid die wordt gebruikt voor een omschrijving van tafelwijn met een geografische aanduiding, of – de naam van een ingevoerde wijn die omschreven wordt met een geografische aanduiding, ook indien hij krachtens punt 1, eerste alinea, geen aanspraak op deze naam kan maken, dit merk tot en met 31 december 2002 blijven gebruiken, op voorwaarde dat het betrokken merk: a) uiterlijk op 31 december 1985 door de bevoegde autoriteit van een lidstaat werd geregistreerd overeenkomstig het op het tijdstip van registratie geldende recht, en b) daadwerkelijk zonder onderbreking is gebruikt vanaf de registratie tot en met 31 december 1986 of, indien deze registratie vóór 1 januari 1984 heeft plaatsgevonden, ten minste sedert deze laatste datum. Bovendien mag de houder van een bekend, voor wijn of druivenmost geregistreerd merk dat termen bevat die gelijk zijn aan de naam van een bepaald gebied of aan de naam van een kleinere geografische eenheid dan een bepaald gebied, zelfs indien hij krachtens punt 1 geen aanspraak op deze naam kan maken, dit merk blijven gebruiken wanneer het overeenstemt met de identiteit van de oorspronkelijke houder of van de oorspronkelijke naamgever, op voorwaarde dat de registratie van het merk heeft plaatsgehad ten minste 25 jaar vóór de officiële erkenning van de betrokken geografische benaming door de producerende lidstaat overeenkomstig de desbetreffende communautaire bepalingen voor wat betreft v.q.p.r.d., en het merk daadwerkelijk zonder onderbreking is gebruikt. Merken die aan de voorwaarden van de eerste en de tweede alinea voldoen, mogen geen beletsel vormen voor het gebruik van de namen van de geografische eenheden die zijn gebruikt voor de omschrijving van een v.q.p.r.d. of een tafelwijn. […]”

Verordening nr. 479/2008

12 Verordening nr. 1493/1999 is ingetrokken bij verordening nr. 479/2008. Krachtens artikel 129, lid 2, onder e), van laatstgenoemde verordening was titel III, hoofdstuk IV, ervan van toepassing met ingang van 1 augustus 2009, tenzij anders was bepaald in een regeling die volgens de procedure van artikel 113, lid 1, van die verordening moest worden aangenomen.

13 Volgens overweging 5 van verordening nr. 479/2008 was het „dienstig de communautaire regeling voor de wijnsector ingrijpend te wijzigen”.

14 Overweging 36 van deze verordening luidde: „Met het oog op de rechtszekerheid moet worden bepaald dat de nieuwe onderzoeksprocedure niet hoeft te worden toegepast op reeds bestaande communautaire oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen. De betrokken lidstaten moeten de Commissie evenwel de basisgegevens en -besluiten verstrekken op grond waarvan die benamingen en aanduidingen op nationaal niveau zijn erkend, anders verliezen deze de bescherming als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding. Het schrappen van reeds bestaande oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen moet met het oog op de rechtszekerheid worden beperkt.”

15 Artikel 43 van die verordening, met als opschrift „Redenen tot weigering van de bescherming”, bepaalde in lid 2: „Een naam wordt niet als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding beschermd indien de bescherming, rekening houdend met de reputatie en bekendheid van een merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn.”

16 In artikel 46 van die verordening was bepaald: „De Commissie stelt een openbaar toegankelijk elektronisch register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen voor wijn op en houdt dat bij.”

17 Artikel 50 van verordening nr. 479/2008, met als opschrift „Annulering”, bepaalde: „Volgens de in artikel 113, lid 2, bedoelde procedure kan op initiatief van de Commissie of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang worden beslist de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding te annuleren indien de naleving van het betrokken productdossier niet langer kan worden gegarandeerd. […]”

18 Artikel 51 van deze verordening, met als opschrift „Bestaande beschermde wijnnamen”, bepaalde: „1. Namen van wijnen die beschermd zijn op grond van de artikelen 51 en 54 van [verordening nr. 1493/1999] en artikel 28 van verordening (EG) nr. 753/2002 [van de Commissie van 29 april 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1493/1999 van de Raad wat betreft de omschrijving, de aanduiding, de aanbiedingsvorm en de bescherming van bepaalde wijnbouwproducten (PB 2002, L 118, blz. 1),] worden automatisch beschermd uit hoofde van deze verordening. De Commissie neemt deze namen op in het in artikel 46 van deze verordening bedoelde register. […] 4. Artikel 50 is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnamen. Tot en met 31 december 2014 kan op initiatief van de Commissie en volgens de in artikel 113, lid 2, bedoelde procedure worden beslist de bescherming van een in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnaam te annuleren, indien deze naam niet voldoet aan de in artikel 34 vastgestelde voorwaarden.”

19 Verordening nr. 479/2008 is met ingang van 1 augustus 2009 ingetrokken bij verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot wijziging van verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB 2009, L 154, blz. 1), tot wijziging van de integrale-GMO-verordening.

20 Artikel 3, lid 1, tweede alinea, van verordening nr. 491/2009 bepaalt dat verwijzingen naar de ingetrokken verordening, te weten verordening nr. 479/2008, gelden als verwijzingen naar verordening nr. 1234/2007 en worden gelezen volgens de desbetreffende in bijlage XXII bij die verordening opgenomen concordantietabel.

Verordening nr. 1234/2007

21 Verordening nr. 479/2008 is dus overeenkomstig verordening nr. 491/2009 met ingang van 1 augustus 2009 opgenomen in verordening nr. 1234/2007.

22 Artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007, met als opschrift „Redenen tot weigering van de bescherming”, bepaalde in lid 2: „Een naam wordt niet als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding beschermd indien de bescherming, rekening houdend met de reputatie en bekendheid van een merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn.”

23 In artikel 118 quindecies van deze verordening was het volgende bepaald: „De Commissie stelt een openbaar toegankelijk elektronisch register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen voor wijn op en houdt dat bij.”

24 Artikel 118 novodecies van die verordening, met als opschrift „Annulering”, bepaalde: „[D]e Commissie [kan] […] besluiten de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding te annuleren indien de naleving van het betrokken productdossier niet langer kan worden gegarandeerd. […]”

25 Artikel 118 vicies van die verordening, met als opschrift „Bestaande beschermde wijnnamen”, bepaalde: „1. Namen van wijnen die beschermd zijn op grond van de artikelen 51 en 54 van verordening [nr. 1493/1999] en van artikel 28 van verordening [nr. 753/2002], worden automatisch beschermd uit hoofde van deze verordening. De Commissie neemt deze namen op in het in artikel 118 quindecies van deze verordening bedoelde register. […] 4. Artikel 118 novodecies is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnamen. Tot en met 31 december 2014 kan de Commissie op eigen initiatief en volgens de in artikel 195, lid 4, bedoelde procedure besluiten de bescherming van een in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnaam te annuleren, indien deze naam niet voldoet aan de in artikel 118 ter vastgestelde voorwaarden.”

Verordening nr. 1308/2013

26 Volgens artikel 230, lid 1, eerste alinea, van verordening nr. 1308/2013 wordt verordening nr. 1234/2007 ingetrokken, behalve de bepalingen ervan die krachtens artikel 230, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 3, van verordening nr. 1308/2013 van toepassing blijven. Uit artikel 232, lid 1, tweede alinea, van deze verordening blijkt dat zij van toepassing is met ingang van 1 januari 2014, onverminderd de bijzondere bepalingen van dat artikel 232.

27 Artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 bepaalt: „Een naam wordt niet als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding beschermd indien de bescherming, rekening houdend met de reputatie en bekendheid van een merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn.”

28 Artikel 104 van deze verordening luidt: „De Commissie stelt een openbaar toegankelijk elektronisch register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen voor wijn op en houdt dat bij. […]”

29 Artikel 106 van deze verordening bepaalt: „De Commissie kan, op eigen initiatief of naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt geannuleerd indien de naleving van het betrokken productdossier niet langer kan worden gegarandeerd. […]”

30 Artikel 107, leden 1 en 3, van deze verordening luidt als volgt: „1. Wijnnamen als bedoeld in de artikelen 51 en 54 van [verordening nr. 1493/1999] en in artikel 28 van [verordening nr. 753/2002], worden automatisch beschermd uit hoofde van de onderhavige verordening. De Commissie neemt deze namen op in het in artikel 104 van de onderhavige verordening bedoelde register. […] 3. Artikel 106 is niet van toepassing op de in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnamen. Tot en met 31 december 2014 kan de Commissie op eigen initiatief uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de bescherming van de in lid 1 bedoelde bestaande beschermde wijnnamen wordt geannuleerd, indien deze namen niet voldoen aan de in artikel 93 vastgestelde voorwaarden. […]”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

31 Duca di Salaparuta is een in Sicilië (Italië) gevestigde wijnbouwonderneming die houdster is van verschillende nationale en Uniemerken, waaronder verschillende merken die het woord „Salaparuta” bevatten.

32 Op 13 juli 1989 is het merk „Salaparuta” geregistreerd als nationaal merk (nr. 511337). Op 25 oktober 2000 is dit merk ook geregistreerd als Uniewoordmerk voor waren van klasse 33 van de Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken, zoals herzien en gewijzigd (alcoholhoudende dranken). Deze merken zijn sindsdien vernieuwd.

33 De verhandeling van de wijnen onder de merken Salaparuta houdt geen verband met de gemeente Salaparuta (Italië), gelegen op Sicilië. Duca di Salaparuta is immers buiten Salaparuta gevestigd en de gebruikte druiven komen niet uit die gemeente.

34 Bij het decreto „Riconoscimento della denominazione di origine controllata dei vini ,Salaparuta’ e approvazione del relativo disciplinare di produzione” (decreet tot erkenning van de gecontroleerde oorsprongsbenaming „Salaparuta” en tot goedkeuring van het overeenkomstige productdossier) (GURI nr. 42 van 20 februari 2006) is op nationaal niveau de gecontroleerde oorsprongsbenaming „Salaparuta” (hierna: „DOC ,Salaparuta’”) erkend, die strekt tot aanduiding en bescherming van een reeks wijnen die zijn bereid uit druiven van wijngaarden die zich binnen de territoriale grenzen van de gemeente Salaparuta bevinden.

35 De bescherming van deze wijnen is vervolgens uitgebreid op het niveau van de Unie. In het bijzonder blijkt uit het aan het Hof overgelegde dossier dat de Commissie op 8 augustus 2009 overeenkomstig artikel 54, lid 4, van verordening nr. 1493/1999 een lijst van v.q.p.r.d. met daarin de DOC „Salaparuta” heeft bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (PB 2009, C 187, blz. 1) en dat deze DOC met ingang van 1 augustus 2009 is opgenomen in het elektronisch register van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB) en beschermde geografische aanduidingen (BGA) voor wijn als BOB PDO-IT-A0795 (hierna: „BOB ,Salaparuta’”).

36 Op 8 februari 2016 heeft Duca di Salaparuta bij de Tribunale di Milano (rechter in eerste aanleg Milaan, Italië) onder meer een vordering ingesteld tot nietig- of ongeldigverklaring van de BOB „Salaparuta” en de DOC „Salaparuta”, op grond dat deze benamingen misleidend zijn en hoe dan ook overlappen met het merk Salaparuta, dat is geregistreerd voor wijn en een woord bevat dat identiek is aan die benamingen, alsook met de andere merken waarvan deze onderneming houdster is, die hetzelfde woord bevatten, en die door haar als bekende merken worden beschouwd.

37 Bij vonnis van 16 februari 2021 heeft die rechter dat beroep verworpen op grond dat het conflict tussen de beschermde benaming „Salaparuta” en het oudere merk met dezelfde naam moest worden beslecht op basis van de regel dat de beschermde benaming voorrang heeft op dat merk, onverminderd de mogelijkheid voor de houder van dat merk om het onder bepaalde voorwaarden te blijven gebruiken.

38 Duca di Salaparuta heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld bij de Corte d’appello di Milano (rechter in tweede aanleg Milaan, Italië), die het vonnis in eerste aanleg heeft bevestigd bij uitspraak van 5 mei 2023. Die rechter heeft in wezen geoordeeld dat aan wijnnamen die krachtens verordening nr. 1493/1999 zijn beschermd, automatisch bescherming is verleend door de erkenning van een BOB op het niveau van de Unie. Hij is tot de slotsom gekomen dat het conflict tussen de DOC „Salaparuta” en het oudere merk dat een woord bevat dat identiek is aan deze benaming, moest worden beslecht op basis van verordening nr. 1493/1999, in het bijzonder bijlage VII, deel F, lid 2, onder b), erbij, die van kracht was op de datum waarop deze op nationaal niveau beschermde wijnbenaming werd erkend. Deze bijlage stelde immers een criterium vast voor de voorrang van de beschermde benaming op dit merk, onverminderd de mogelijkheid voor de houder ervan om dat merk onder bepaalde voorwaarden te blijven gebruiken.

39 Duca di Salaparuta heeft tegen dat arrest cassatieberoep ingesteld bij de Corte suprema di cassazione (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Italië), de verwijzende rechter, waarbij zij in wezen aanvoerde dat verordening nr. 1493/1999 dergelijke conflicten niet regelt.

40 Duca di Salaparuta voert in dit verband aan dat, anders dan de appelrechter heeft geoordeeld, de BOB „Salaparuta” door de bekendmaking ervan in de plaats is gekomen van de DOC met dezelfde naam. Gelet op de datum vanaf welke de opname van de BOB „Salaparuta” in het register E-Bacchus gevolgen teweegbracht, te weten 1 augustus 2009, moet artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 of artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 toepassing vinden. Deze bepalingen sluiten de bescherming van een benaming uit wanneer de consument, gelet op de reputatie en de bekendheid van een ouder merk, zou kunnen worden misleid over de identiteit van de betrokken wijn. Bovendien stelt Duca di Salaparuta dat zij, rekening houdend met de voorwaarden van bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, bij verordening nr. 1493/1999, het merk Salaparuta, waarvan zij houdster is, niet kan gebruiken, ook al is de co-existentieregeling van deze bepaling van toepassing.

41 De verwijzende rechter wijst er in de eerste plaats op dat moet worden bepaald welke beschermingsregeling van toepassing is in een situatie die wordt gekenmerkt door het bestaan van een conflict tussen, enerzijds, bekende merken die in 1989 zijn geregistreerd, en, anderzijds, een in 2006 op nationaal niveau beschermde wijnnaam die een woord bevat dat identiek is aan dat van die merken, en die in 2009 op het niveau van de Unie is gepubliceerd en geregistreerd.

42 In dit verband vraagt die rechter zich af of moet worden aangenomen dat de DOC „Salaparuta” haar werking behoudt en dat bijgevolg de bepalingen van bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, bij verordening nr. 1493/1999 van toepassing zijn, dan wel of deze nationale bescherming daarentegen moet worden geacht te zijn vervangen door de erkenning van de BOB „Salaparuta” op het niveau van de Unie, zodat artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008 moet worden toegepast, of de overeenkomstige bepalingen van artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 of artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013, betreffende de gronden voor weigering van de bescherming van een benaming wanneer de bescherming, rekening houdend met de reputatie en de bekendheid van een ouder merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de betrokken wijn.

43 In de tweede plaats wenst de verwijzende rechter, voor het geval dat verordening nr. 1493/1999 van toepassing zou zijn, in wezen te vernemen of deze verordening voorziet in een volledige beschermingsregeling, in die zin dat zij alle gevallen van co-existentie van verschillende tekens omvat, waaronder met name beschermde wijnnamen, dan wel of het conflict tussen een bekend wijnmerk en een later toegekende beschermde benaming die een woord bevat dat gelijk is aan dat merk, kan worden beslecht op basis van het algemene beginsel dat onderscheidende tekens niet misleidend mogen zijn.

44 In die omstandigheden heeft de Corte suprema di cassazione de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen: „1) Zijn in de wijnsector registraties als BOB-BGA van benamingen die bestonden vóór de inwerkingtreding van verordening nr. 1234/2007 – die later is vervangen door verordening nr. 1308/2013 –, zoals in casu de [BOB ‚Salaparuta’] van 8 augustus 2009, wat betreft de weigeringsgrond bestaande in een ouder merk dat wegens zijn bekendheid en reputatie ertoe kan leiden dat de betrokken BOB-BGA misleidend is (‚de bescherming […] de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn’), onderworpen aan artikel 43, [lid 2], van verordening [nr. 479/2008], juister gezegd, [artikel] 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 (thans artikel 101, [lid 2], van verordening nr. [1308]/2013), op grond waarvan een benaming niet als BOB of BGA wordt beschermd indien deze ‚rekening houdend met de reputatie en bekendheid van een merk’ de consument kan misleiden, of is deze regeling op grond van het rechtszekerheidsbeginsel niet van toepassing op benamingen die reeds nationale bescherming genoten voordat de Unierechtelijke registratie plaatsvond (arrest van het Hof van 22 december 2010, Bavaria, C‑120/08[, EU:C:2010:798]), volgens hetwelk een feitelijke situatie in de regel, behoudens uitdrukkelijke bepaling van het tegendeel, wordt beoordeeld volgens de op het desbetreffende tijdstip geldende bepalingen, met als gevolg dat de eerdere regeling van verordening [nr. 1493/1999] van toepassing is, en het conflict tussen de oorsprongsbenaming en het oudere merk moet worden beslecht op grond van het bepaalde in [deel F, lid 2], onder b), van bijlage VII bij die verordening? 2) Indien het antwoord op de eerste vraag luidt dat verordening nr. 1493/1999 op de feitelijke situatie van de onderhavige zaak moet worden toegepast: […] bevat de regeling in [deel F van bijlage VII] bij verordening nr. 1493/1999 – voor het beslechten van conflicten tussen een voor een wijn of druivenmost geregistreerd merk en een daaraan identieke beschermde oorsprongsbenaming of [BGA] voor wijn – een uitputtende lijst van alle gevallen waarin verschillende tekens naast elkaar kunnen bestaan en benamingen van wijnen kunnen worden beschermd, of blijft het hoe dan ook mogelijk, op grond van het algemene beginsel dat onderscheidende tekens niet misleidend mogen zijn, dat latere BOB’s of BGA’s niet geldig zijn of niet kunnen worden beschermd indien de geografische aanduiding, rekening houdend met de reputatie van een ouder merk, het publiek kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn?”

Verzoek tot heropening van de mondelinge behandeling

45 Bij akten, neergelegd ter griffie van het Hof op respectievelijk 14 en 28 april 2025, heeft Duca di Salaparuta verzocht om heropening van de mondelinge behandeling overeenkomstig artikel 83 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof.

46 Ter ondersteuning van haar verzoek voert zij in wezen aan dat de advocaat-generaal zich in zijn conclusie voor de beantwoording van de gestelde vragen heeft gebaseerd op onjuiste gegevens, feitelijk en rechtens, en dus argumenten heeft aangebracht waarover partijen hun standpunten niet voldoende hebben kunnen uitwisselen. Voorts betoogt Duca di Salaparuta dat het feit dat er geen pleitzitting voor het Hof is gehouden, ondanks haar verzoek daartoe, in strijd is met haar recht op een openbare terechtzitting, dat is neergelegd in artikel 6 van het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

47 Het Hof kan volgens artikel 83 van zijn Reglement voor de procesvoering in elke stand van het geding, de advocaat-generaal gehoord, de heropening van de mondelinge behandeling gelasten, onder meer wanneer het zich onvoldoende voorgelicht acht of wanneer een partij na afsluiting van deze behandeling een nieuw feit aanbrengt dat van beslissende invloed kan zijn voor de uitspraak van het Hof, of wanneer een zaak moet worden beslecht op grond van een argument waarover de partijen of de in artikel 23 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie bedoelde belanghebbenden hun standpunten niet voldoende hebben kunnen uitwisselen.

48 In dit verband zij er echter op gewezen dat de inhoud van de conclusie van de advocaat-generaal als zodanig geen dergelijk nieuw feit kan vormen, omdat het de partijen anders vrij zou staan om met een beroep op een dergelijk feit op die conclusie te antwoorden. Over de conclusie van de advocaat-generaal kan evenwel niet door de partijen worden gediscussieerd. Zo heeft het Hof reeds benadrukt dat de advocaat-generaal op grond van artikel 252 VWEU tot taak heeft in het openbaar en in volkomen onpartijdigheid en onafhankelijkheid met redenen omklede conclusies te nemen aangaande zaken waarin zijn medewerking overeenkomstig het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie vereist is om het Hof bij te staan bij zijn taak de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en de toepassing van de Verdragen te waarborgen. Krachtens artikel 20, vierde alinea, van dat Statuut en artikel 82, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering komt met de conclusie van de advocaat-generaal een einde aan de mondelinge behandeling. Daar de conclusie buiten het kader van de discussie tussen de partijen valt, leidt zij de beraadslagingsfase voor het Hof in. Het gaat dus niet om een voor de rechters of de partijen bestemd advies van een autoriteit die niet tot het Hof behoort, maar om de individuele opvatting van een lid van de instelling zelf, die met redenen is omkleed en in het openbaar wordt uitgesproken (arrest van 8 mei 2025, Beevers Kaas, C‑581/23, EU:C:2025:323, punt 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

49 In het onderhavige geval stelt het Hof vast, de advocaat-generaal gehoord, dat de door Duca di Salaparuta aangevoerde elementen geen enkel nieuw feit aan het licht brengen dat van beslissende invloed kan zijn op de beslissing die het in de onderhavige zaak moet geven, en dat deze zaak niet hoeft te worden beslecht op basis van een argument waarover de partijen of de in artikel 23 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie bedoelde belanghebbenden hun standpunten niet voldoende hebben kunnen uitwisselen. Duca di Salaparuta bekritiseert in werkelijkheid de gegrondheid van bepaalde passages van de conclusie van de advocaat-generaal, hetgeen haar verzoek om heropening van de mondelinge behandeling niet naar behoren kan rechtvaardigen. Bovendien beschikt het Hof na afloop van de schriftelijke en mondelinge behandeling over alle noodzakelijke gegevens en is het dus voldoende voorgelicht om uitspraak te doen.

50 Voorts zij eraan herinnerd dat artikel 6, lid 1, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geen absolute verplichting opleggen om een openbare terechtzitting te houden en niet noodzakelijkerwijs vereisen dat in alle procedures een terechtzitting wordt gehouden. Dit is met name het geval wanneer de zaak geen feitelijke of juridische vragen opwerpt die niet naar behoren kunnen worden beslecht op basis van het dossier en de schriftelijke opmerkingen van partijen. Artikel 76, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering bepaalt uitdrukkelijk dat het Hof kan beslissen om geen pleitzitting te houden indien het zich na lezing van de tijdens de schriftelijke behandeling neergelegde memories of opmerkingen voldoende voorgelicht acht om uitspraak te doen (zie in die zin arrest 21 december 2021, Euro Box Promotion e.a., C‑357/19, C‑379/19, C‑547/19, C‑811/19 en C‑840/19, EU:C:2021:1034, punten 123 en 124 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

51 Gelet op het voorgaande hoeft het verzoek om heropening van de mondelinge behandeling niet te worden ingewilligd.

Ontvankelijkheid van het verzoek om een prejudiciële beslissing

52 De Italiaanse regering trekt de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties in twijfel om kennis te nemen van een geschil waarin de vraag naar de geldigheid van een handeling van de Unie aan de orde is. Aangezien Duca di Salaparuta verzoekt om de nietig- of ongeldigverklaring van de registratie van de BOB „Salaparuta”, die een Uniehandeling vormt, komt de bevoegdheid daarvoor krachtens artikel 263 VWEU immers toe aan de rechterlijke instanties van de Unie.

53 Voorts voert deze regering aan dat de DOC „Salaparuta” nooit is betwist voor de nationale rechterlijke instanties, hoewel Duca di Salaparuta in kennis is gesteld van de nationale erkenningsprocedure en in dat kader is verzocht haar opmerkingen in te dienen.

54 Hieruit volgt dat deze stellingen er in wezen toe strekken de ontvankelijkheid van het verzoek om een prejudiciële beslissing ter discussie te stellen.

55 In dit verband moet worden opgemerkt dat de bekendmaking van de lijst van beschermde wijnnamen in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 54, leden 4 en 5, van verordening nr. 1493/1999 en de opname van BOB’s en BGA’s voor wijn in het elektronische register krachtens artikel 51, lid 1, van verordening nr. 479/2008, gelet op het automatische karakter van de bescherming van beschermde wijnnamen, niet kunnen worden geacht rechtsgevolgen in het leven te roepen en derhalve voor beroep vatbare handelingen in de zin van artikel 263 VWEU te vormen.

56 Het Hof heeft immers in wezen geoordeeld dat de opname in het elektronische register van BOB’s en BGA’s voor wijn, die door de Commissie overeenkomstig artikel 54, lid 5, van verordening nr. 1493/1999 is verricht voor wijnnamen die door de lidstaten vóór 1 augustus 2009 als oorsprongsbenaming werden beschermd, niet kan worden geacht tot doel te hebben bindende rechtsgevolgen in het leven te roepen die kenmerkend zijn voor voor beroep vatbare handelingen (zie in die zin arrest van 13 februari 2014, Hongarije/Commissie, C‑31/13 P, EU:C:2014:70, punt 63).

57 Bijgevolg kan Duca di Salaparuta niet worden verweten dat zij geen rechtstreeks beroep tegen de BOB „Salaparuta” heeft ingesteld bij de Unierechter.

58 Voorts berust de prejudiciële verwijzing, zoals de advocaat-generaal in wezen heeft opgemerkt in punt 41 van zijn conclusie, op een dialoog van rechter tot rechter, waartoe het initiatief volledig afhankelijk is van de manier waarop de nationale rechter de relevantie en de noodzaak van deze verwijzing beoordeelt (arresten van 12 februari 2008, Kempter, C‑2/06, EU:C:2008:78, punt 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 16 juli 2015, Diageo Brands, C‑681/13, EU:C:2015:471, punt 59 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Het klopt dat alleen het Hof een handeling van de instellingen van de Unie nietig kan verklaren. In casu verzoekt de verwijzende rechter in het kader van zijn prejudiciële verwijzing tot uitlegging het Hof echter enkel om het rechtskader van de Unie vast te stellen dat van toepassing is op een mogelijk conflict tussen een beschermde wijnbenaming en een bekend ouder wijnmerk dat een woord bevat dat identiek is aan die benaming.

59 Bovendien staat het aan de verwijzende rechter, en niet aan het Hof, om te beoordelen welke gevolgen voor het hoofdgeding voortvloeien uit het feit dat de DOC „Salaparuta” ten tijde van de erkenning daarvan mogelijkerwijs niet door Duca di Salaparuta is betwist. Hoe dan ook kan dit de verwijzende rechter niet beletten om zich in het kader van een prejudicieel uitleggingsverzoek tot het Hof te wenden om vast te stellen welk rechtskader van de Unie van toepassing is op een conflict als bedoeld in het vorige punt van het onderhavige arrest.

60 Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om een prejudiciële beslissing ontvankelijk is.

Beantwoording van de prejudiciële vragen

61 Met zijn vragen, die samen moeten worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 51 van verordening nr. 479/2008, artikel 118 vicies van verordening nr. 1234/2007 en artikel 107 van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat, respectievelijk, artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 en artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 van toepassing zijn op een conflict tussen een krachtens artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 beschermde wijnbenaming en bekende oudere, voor wijnen geregistreerde merken die woorden bevatten die identiek zijn aan deze benaming, dan wel of dit conflict uitsluitend op basis van bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, bij deze laatste verordening moet worden geregeld.

62 Om te beginnen zij opgemerkt dat in artikel 54, lid 1, van verordening nr. 1493/1999 „v.q.p.r.d.” werd gedefinieerd als wijn die voldoet aan de bepalingen van titel VI van deze verordening en aan de desbetreffende communautaire en nationale bepalingen.

63 Artikel 54, leden 4 en 5, van deze verordening voorzag in Unierechtelijke bescherming van in het nationale recht erkende v.q.p.r.d. In het bijzonder bepaalde artikel 54, lid 4, van deze verordening dat de lidstaten de Commissie de lijst verstrekken van door hen erkende v.q.p.r.d., met opgave, voor elk van deze v.q.p.r.d., van de nationale bepalingen die voor de productie en de bereiding ervan gelden. Krachtens artikel 54, lid 5, maakte de Commissie deze lijst bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

64 In casu valt de DOC „Salaparuta” krachtens artikel 54, lid 1, van verordening nr. 1493/1999 onder de categorie v.q.p.r.d. Bovendien is, zoals blijkt uit het aan het Hof overgelegde dossier, de lijst van deze wijnen ter kennis van de Commissie gebracht en overeenkomstig artikel 54, lid 5, van deze verordening op 8 augustus 2009 als BOB „Salaparuta” bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (PB 2009, C 187, blz. 1).

65 Overeenkomstig artikel 52, lid 1, van verordening nr. 1493/1999 mocht de naam van het gebied dat aan een v.q.p.r.d. was verleend, niet worden gebruikt voor de omschrijving van producten uit de wijnbouwsector die niet afkomstig waren uit dat gebied en/of waaraan deze naam niet was verleend overeenkomstig de toepasselijke communautaire en nationale voorschriften. Hetzelfde gold onder meer wanneer een lidstaat aan een v.q.p.r.d. de naam van een gemeente had toegekend. Deze bepaling stelde aldus een regel vast die ertoe strekte geografische benamingen te beschermen tegen het gebruik door een ander teken van de termen waaruit zij zijn samengesteld.

66 Met betrekking tot een eventueel conflict tussen een dergelijke beschermde benaming en een bekend ouder merk dat woorden bevat die identiek zijn aan deze benaming, bepaalde verordening nr. 1493/1999 in bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, dat een dergelijk conflict kon worden beslecht op basis van een co-existentieregeling voor deze benaming en dat merk.

67 In het bijzonder volgde uit deze bepaling dat de houder van een bekend, voor wijn of druivenmost geregistreerd merk dat termen bevatte die gelijk waren aan de naam van een bepaald gebied, dit merk kon blijven gebruiken wanneer het overeenstemde met de identiteit van de oorspronkelijke houder of van de oorspronkelijke naamgever, op voorwaarde dat de registratie van dit merk ten minste 25 jaar vóór de officiële erkenning van de betrokken geografische benaming door de producerende lidstaat had plaatsgevonden overeenkomstig de desbetreffende communautaire bepalingen voor wat betreft v.q.p.r.d., en het merk daadwerkelijk zonder onderbreking was gebruikt. Bovendien werd in bijlage VII, deel F, lid 2, derde alinea, bij verordening nr. 1493/1999 verduidelijkt dat deze merken geen beletsel mochten vormen voor het gebruik van de namen van de geografische eenheden die met name voor de omschrijving van een v.q.p.r.d. worden gebruikt.

68 Hieruit volgt dat bijlage VII, deel F, lid 2, tweede en derde alinea, bij verordening nr. 1493/1999 bepaalde dat een beschermde wijnbenaming voorrang heeft boven bekende oudere merken die woorden bevatten die identiek zijn aan deze benaming, door toe te staan dat dergelijke merken verder worden gebruikt, mits aan de in die bepaling gestelde voorwaarden is voldaan.

69 Aangezien de DOC „Salaparuta”, zoals blijkt uit de verwijzingsbeslissing, is erkend op 8 februari 2006, te weten toen verordening nr. 1493/1999 van kracht was, en deze beschermde wijnbenaming beantwoordde aan v.q.p.r.d. in de zin van artikel 54, lid 1, van deze verordening, moet in casu een conflict tussen een dergelijke benaming en bekende oudere merken voor wijnen die woorden bevatten die identiek zijn aan deze benaming, worden geregeld op basis van deze verordening, in het bijzonder bijlage VII, deel F, lid 2, erbij. Een dergelijke conclusie wordt overigens gestaafd door de uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 54, leden 4 en 5, van diezelfde verordening ten tijde van de kennisgeving en de bekendmaking van de DOC „Salaparuta” in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, waarnaar in punt 64 van het onderhavige arrest wordt verwezen.

70 Duca di Salaparuta heeft zich voor de nationale rechterlijke instanties en in haar opmerkingen voor het Hof niettemin beroepen op de toepassing van artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 of artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013. Zij is namelijk van mening dat, aangezien op 8 augustus 2009 een nieuwe registratie van de BOB „Salaparuta” is bekendgemaakt, deze nieuwe regels van toepassing zijn op het in het hoofdgeding aan de orde zijnde conflict. In die omstandigheden wenst de verwijzende rechter van het Hof te vernemen welke gevolgen deze bepalingen hebben voor de beslechting van een dergelijk conflict.

71 In dit verband moet om te beginnen worden opgemerkt dat de Uniewetgever met de drie in het vorige punt van het onderhavige arrest genoemde voorschriften heeft bepaald dat een naam niet als oorsprongsbenaming of geografische aanduiding wordt beschermd indien de bescherming, rekening houdend met de reputatie en bekendheid van een merk, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van de wijn.

72 Overigens moet worden vastgesteld dat, zoals in overweging 5 van verordening nr. 479/2008 was vermeld, de regeling van de Unie voor de wijnsector met die verordening ingrijpend is gewijzigd om doelstellingen te bereiken die met name verband houden met de wijnkwaliteit. Deze verordening heeft verordening nr. 1493/1999 gewijzigd en ingetrokken en was van toepassing met ingang van 1 augustus 2009.

73 Terwijl dit nieuwe beschermingsstelsel voor benamingen elke aanvraag tot bescherming van een wijnnaam onderwerpt aan een grondig onderzoek in twee fasen, namelijk op nationaal niveau en daarna op het niveau van de Unie – waarbij de Commissie daadwerkelijk kan besluiten wel of geen bescherming te verlenen aan de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding (zie in die zin arrest van 13 februari 2014, Hongarije/Commissie, C‑31/13 P, EU:C:2014:70, punt 74) –, is dat daarentegen niet het geval voor wijnnamen die reeds krachtens artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 zijn beschermd.

74 Overeenkomstig die laatste bepaling hebben de lidstaten de Commissie de lijst verstrekt van de v.q.p.r.d. die door hen zijn erkend, met opgave, voor elk van deze v.q.p.r.d., van de nationale bepalingen die voor de productie en de bereiding ervan golden. Vervolgens heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 54, lid 5, van deze verordening, deze lijst gewoon, zonder verder onderzoek, bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

75 Krachtens de overgangsregeling van artikel 51, lid 1, van verordening nr. 479/2008 werden wijnnamen die beschermd waren op grond van artikel 54 van verordening nr. 1493/1999, „automatisch” beschermd uit hoofde van verordening nr. 479/2008. Dit artikel 51 verduidelijkte bovendien dat de Commissie deze namen opnam in het openbaar toegankelijke elektronische register van BOB’s en BGA’s voor wijn.

76 Zoals blijkt uit overweging 36 van verordening nr. 479/2008, beoogde de in artikel 51, lid 1, van die verordening neergelegde overgangsregeling ter wille van de rechtszekerheid, de reeds in de Unie bestaande oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van de toepassing van de nieuwe onderzoeksprocedure uit te sluiten, en de mogelijkheden tot schrapping van die benamingen en aanduidingen te beperken (zie in die zin arrest van 13 februari 2014, Hongarije/Commissie, C‑31/13 P, EU:C:2014:70, punt 57).

77 Dezelfde automatische bescherming werd gewaarborgd krachtens artikel 118 vicies van verordening nr. 1234/2007, dat ertoe strekt om ter wille van de rechtszekerheid de bescherming in stand te houden van wijnnamen die vóór 1 augustus 2009 in het nationale recht – en daarmee op grond van artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 op het niveau van de Unie – werden beschermd (zie in die zin arrest van 13 februari 2014, Hongarije/Commissie, C‑31/13 P, EU:C:2014:70, punten 56 en 58).

78 Diezelfde regeling voor automatische bescherming van krachtens artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 beschermde wijnnamen is door de wetgever opnieuw bevestigd in artikel 107 van verordening nr. 1308/2013, waarbij verordening nr. 1234/2007 met ingang van 1 januari 2014 is ingetrokken, onverminderd de toepassing van een aantal bepalingen ervan.

79 In casu volgt hieruit dat, gelet op het automatische karakter van de beschermingsregeling van de verordeningen nr. 479/2008, 1234/2007 en 1308/2013, een benaming als de BOB „Salaparuta”, die is aangemeld en bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, met een uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 54, leden 4 en 5, van verordening nr. 1493/1999, moet worden beschouwd als de uitbreiding van de op nationaal niveau beschermde wijnbenaming en niet als het resultaat van een nieuwe registratie.

80 Zoals de Commissie in haar opmerkingen heeft betoogd, vindt een dergelijke uitlegging overigens steun in de ontwikkeling die de regels voor de bescherming van wijnnamen hebben gekend. Zo is de Uniewetgeving waarin een stelsel voor de erkenning en bescherming van geografische aanduidingen in de wijnsector is neergelegd, in opeenvolgende fasen vastgesteld. De Commissie benadrukt terecht dat verordening nr. 1493/1999 niet-gedetailleerde basisregels bevatte, die niet in overeenstemming waren met het stelsel van geografische aanduidingen dat reeds voor de levensmiddelensector gold, aangezien die regels pasten in een overgangsfase tussen de bescherming die door de lidstaten werd verleend en die welke op het niveau van de Unie werd verleend.

81 Bovendien moet worden opgemerkt dat de annulering, zoals bedoeld in artikel 50 van verordening nr. 479/2008 en in de overeenkomstige bepalingen van de verordeningen nr. 1234/2007 en nr. 1308/2013, van de bescherming die aan een wijnbenaming is verleend, in beginsel niet mogelijk was ten aanzien van wijnnamen die krachtens artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 werden beschermd.

82 Krachtens artikel 51, lid 4, eerste alinea, van verordening nr. 479/2008, evenals krachtens de overeenkomstige bepalingen in de verordeningen nr. 1234/2007 en nr. 1308/2013, te weten respectievelijk artikel 118 vicies, lid 4, eerste alinea, en artikel 107, lid 3, eerste alinea, gold die mogelijkheid tot annulering immers niet voor dergelijke namen.

83 Niettemin bevatte artikel 51, lid 4, tweede alinea, van verordening nr. 479/2008, net als de overeenkomstige bepalingen in de verordeningen nr. 1234/2007 en nr. 1308/2013, een uitzondering op deze regel, in die zin dat tot en met 31 december 2014 op initiatief van de Commissie kon worden besloten de bescherming van beschermde wijnnamen als bedoeld in artikel 51, lid 1, van verordening nr. 479/2008 te annuleren indien zij niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 34 van deze verordening. De Uniewetgever heeft aldus de mogelijkheden tot annulering van beschermde benamingen die onder de overgangsregeling van verordening nr. 479/2008 vallen, beperkt tot uitdrukkelijk vermelde gevallen.

84 Aangezien deze overgangsregeling voorziet in een automatische uitbreiding van de bescherming van wijnnamen die krachtens artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 werden beschermd, en bovendien uitdrukkelijk de gevallen regelt waarin deze benamingen worden geannuleerd, moet worden geoordeeld dat noch artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, noch artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007, noch artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 toepassing vindt op een conflict als dat in het hoofdgeding.

85 Artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 en artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 zijn immers van toepassing op beschermingsaanvragen die vallen onder de bij verordening nr. 479/2008 ingevoerde nieuwe regeling, zoals bedoeld in punt 73 van het onderhavige arrest, en niet op beschermde wijnnamen die overeenkomstig de regeling van verordening nr. 1493/1999 werden erkend. Zoals blijkt uit het opschrift zelf van de artikelen waarin deze bepalingen zijn opgenomen, te weten „Redenen tot weigering van de bescherming” of „Aanvullende redenen tot weigering van de bescherming”, voorzien deze bepalingen slechts in een geval waarin de registratie van een nieuwe benaming wordt geweigerd wegens een conflict met een bekend ouder merk, en niet in de annulering van een benaming die reeds was geregistreerd krachtens artikel 54, leden 4 en 5, van verordening nr. 1493/1999.

86 Voorts blijkt uit de bewoordingen van bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, van deze laatste verordening dat deze bepaling betrekking heeft op het geval waarin het bekende, voor wijn of druivenmost geregistreerde merk woorden bevat die gelijk zijn aan die van de benaming, en dat zij, onder bepaalde voorwaarden, het beginsel van co-existentie tussen dat merk en die benaming vastlegt. Bijgevolg heeft de Uniewetgever ten tijde van de vaststelling van verordening nr. 1493/1999 noodzakelijkerwijs het standpunt ingenomen dat een dergelijke benaming kon worden geregistreerd ondanks het bestaan van een bekend ouder merk.

87 Hoewel voor landbouwproducten en levensmiddelen artikel 14, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PB 1992, L 208, blz. 1), dat niet van toepassing was op wijnbouwproducten, bepaalde dat een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding niet werd geregistreerd indien de registratie, rekening houdend met de faam en bekendheid van een merk en met de tijd dat het reeds in gebruik was, de consument kon misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product, moet worden opgemerkt dat de Uniewetgever er bewust voor heeft gekozen geen soortgelijke bepaling op te nemen in verordening nr. 1493/1999.

88 Bijgevolg moet een conflict tussen een op nationaal niveau beschermde wijnbenaming, welke bescherming vervolgens automatisch op het niveau van de Unie wordt uitgebreid, en bekende oudere merken die voor wijnen zijn ingeschreven en die woorden bevatten die identiek zijn aan die benaming, worden beslecht op basis van de bepalingen van bijlage VII, deel F, lid 2, bij verordening nr. 1493/1999, aangezien de Uniewetgever een dergelijke benaming voorrang heeft willen geven boven die merken, en daarbij tegelijkertijd heeft voorzien in een regeling van co-existentie tussen beide.

89 Hieraan moet nog worden toegevoegd dat er in dit verband geen relevantie toekomt aan de bepalingen van artikel 22 van de TRIPs-overeenkomst, artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs en artikel 3 bis van de Overeenkomst van Madrid, waarop Duca di Salaparuta zich beroept wegens de vermeend onvolledige bescherming die door verordening nr. 1493/1999 wordt geboden, en die in de verwijzingsbeslissing zijn vermeld.

90 Krachtens artikel 22, lid 1, van de TRIPS-overeenkomst worden onder „geografische aanduidingen” aanduidingen verstaan die aangeven dat waren hun oorsprong hebben op het grondgebied van een WTO-lid, of een regio of plaats op dat grondgebied, waarbij een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van de waren wezenlijk valt toe te schrijven aan zijn geografische oorsprong.

91 Het Hof heeft echter reeds geoordeeld dat, gelet op de aard en opzet van die overeenkomst, de bepalingen ervan geen rechtstreekse werking hebben. Deze bepalingen zijn dus ook niet van dien aard dat particulieren er rechten aan kunnen ontlenen waarop zij zich krachtens het Unierecht rechtstreeks kunnen beroepen voor de rechter (arrest van 27 februari 2024, EUIPO/The KaiKai Company Jaeger Wichmann, C‑382/21 P, EU:C:2024:172, punt 63 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

92 Wat artikel 10bis van het Verdrag van Parijs betreft, dat onder meer ieder feit verbiedt dat verwarring kan stichten met de waren van een concurrent, moeten de daarin vervatte regels worden geacht dezelfde werking te hebben als die welke door de TRIPs-overeenkomst wordt teweeggebracht. In dit verband heeft het Hof reeds geoordeeld dat de in bepaalde artikelen van dat verdrag vervatte regels zijn opgenomen in de TRIPs-overeenkomst, die door de Unie is gesloten (zie in die zin arrest van 27 februari 2024, EUIPO/The KaiKai Company Jaeger Wichmann, C‑382/21 P, EU:C:2024:172, punt 80 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Meer in het bijzonder bepaalt artikel 2, lid 1, van deze overeenkomst dat de WTO-leden, waaronder de Unie, de artikelen 1 tot en met 12 en 19 van het Verdrag van Parijs naleven wat betreft de delen II tot en met IV van die overeenkomst, die de artikelen 9 tot en met 62 bevatten.

93 Wat de Overeenkomst van Madrid betreft, volgt uit artikel 3bis daarvan dat de landen waarop deze overeenkomst van toepassing is, zich ertoe verbinden om bij de verkoop, de uitstalling of het aanbieden van producten het gebruik te verbieden van alle aanduidingen met een publicitair karakter die het publiek kunnen misleiden over de herkomst van de producten. Aangezien deze bepaling in wezen vergelijkbaar is met artikel 22 van de TRIPs-overeenkomst, moet zij eveneens worden geacht geen rechtstreekse werking te hebben en dus niet van dien aard te zijn dat particulieren er rechten aan kunnen ontlenen waarop zij zich krachtens het Unierecht rechtstreeks voor de rechter kunnen beroepen.

94 Hoe dan ook kunnen deze bepalingen van internationaal recht geen afbreuk doen aan de conclusie dat het in bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, bij verordening nr. 1493/1999 neergelegde stelsel een volledig karakter heeft.

95 Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vragen te worden geantwoord dat artikel 51 van verordening nr. 479/2008, artikel 118 vicies van verordening nr. 1234/2007 en artikel 107 van verordening nr. 1308/2013 aldus moeten worden uitgelegd dat artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007 en artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 niet van toepassing zijn op een conflict tussen een overeenkomstig artikel 54 van verordening nr. 1493/1999 beschermde wijnbenaming en bekende oudere, voor wijnen geregistreerde merken die woorden bevatten die identiek zijn aan die benaming, en dat een dergelijk conflict uitsluitend op basis van bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, bij laatstgenoemde verordening moet worden beslecht.

Kosten

96 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:

Artikel 51 van verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad van 29 april 2008 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, tot wijziging van de verordeningen (EG) nr. 1493/1999, (EG) nr. 1782/2003, (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 3/2008 en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 2392/86 en (EG) nr. 1493/1999, artikel 118 vicies van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 491/2009 van de Raad van 25 mei 2009, en artikel 107 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad,

moeten aldus worden uitgelegd dat

artikel 43, lid 2, van verordening nr. 479/2008, artikel 118 duodecies van verordening nr. 1234/2007, zoals gewijzigd bij verordening nr. 491/2009, en artikel 101, lid 2, van verordening nr. 1308/2013 niet van toepassing zijn op een conflict tussen een wijnbenaming die is beschermd overeenkomstig artikel 54 van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, en bekende oudere, voor wijnen geregistreerde merken die woorden bevatten die identiek zijn aan die benaming, en dat een dergelijk conflict uitsluitend op basis van bijlage VII, deel F, lid 2, tweede alinea, bij laatstgenoemde verordening moet worden beslecht.

ondertekeningen

( *1 ) Procestaal: Italiaans.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken