Art. 8.9.21 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. Indien de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat het Europese beschermingsbevel verlengt of wijzigt, past de officier van justitie de door hem bevolen maatregel dienovereenkomstig aan, zodra hij door de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat in kennis is gesteld van de verlenging of wijziging. De officier van justitie kan de termijn van de door hem bevolen maatregel verlengen tot in totaal ten hoogste een jaar.

2. De officier van justitie weigert voor zover nodig de handhaving van een in het eerste lid bedoelde wijziging, indien

a. het Europees beschermingsbevel daardoor niet langer betrekking heeft op een verbod of beperking als bedoeld in artikel 8.9.2; dan wel

b. indien het gewijzigde Europees beschermingsbevel onvolledig is of niet binnen de door de officier van justitie gestelde redelijke termijn aan het verzoek, bedoeld in artikel 8.9.15, derde lid, is voldaan.

3. De officier van justitie beëindigt de in artikel 8.9.17 bedoelde maatregelen, zodra hij door de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat in kennis is gesteld dat het erkende en ten uitvoer gelegde Europees beschermingsbevel is ingetrokken.

4. De officier van justitie stelt de persoon die gevaar veroorzaakt, de beschermde persoon en de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat in kennis van de verlenging of wijziging van de door hem bevolen maatregel, bedoeld in het eerste lid, van de weigering, bedoeld in het tweede lid, of van de intrekking, bedoeld in het derde lid. De kennisgeving aan de persoon die gevaar veroorzaakt wordt betekend.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen