Art. 8.8.18 Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie stelt de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat direct in kennis van:
a. iedere wijziging van de woon- of verblijfplaats van de betrokkene;
b. het feit dat het onmogelijk is om toezicht te houden op de naleving van de toezichtmaatregelen, omdat de betrokkene niet in Nederland kan worden gevonden;
c. het feit dat de betrokkene tegen de beslissing om de Europese toezichtbeslissing te erkennen een zaak aanhangig heeft gemaakt bij de burgerlijke rechter.
2. De officier van justitie stelt de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat direct door middel van het formulier opgenomen in bijlage II van Kaderbesluit 2008/829/JBZ, in kennis van:
a. zijn oordeel dat de betrokkene een toezichtmaatregel niet naleeft;
b. alle overige feiten en omstandigheden die tot gevolg zouden kunnen hebben dat in de uitvaardigende lidstaat een beslissing wordt genomen omtrent het voortduren, wijzigen of beëindigen van de toezichtmaatregelen.
3. Indien de betrokkene de toezichtmaatregelen ernstig heeft overtreden, treedt de officier van justitie in overleg met de uitvaardigende autoriteit.