Art. 8.8.21 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De officier van justitie beëindigt het toezicht op de naleving van de aan de betrokkene opgelegde toezichtmaatregelen:

a. indien meermalen een kennisgeving als bedoeld in artikel 8.8.18, tweede lid, aan de uitvaardigende autoriteit is verzonden en naar aanleiding daarvan binnen redelijke termijn geen beslissing is genomen omtrent de toezichtmaatregelen;

b. zodra een kennisgeving van de uitvaardigende autoriteit is ontvangen dat de toezichtmaatregelen zijn beëindigd;

c. indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 8.8.20, eerste lid, onderdeel b, heeft geweigerd toezicht te houden op gewijzigde toezichtmaatregelen;

d. indien de betrokkene niet langer zijn vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft;

e. indien de betrokkene niet in Nederland kan worden gevonden.

2. De officier van justitie stelt de uitvaardigende autoriteit direct in kennis van de beëindiging van het toezicht. De officier van justitie treedt in overleg met de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat om te voorkomen dat het toezicht op de naleving van de voorwaarden wordt onderbroken. De officier van justitie stelt zo mogelijk eveneens de betrokkene in kennis van de beëindiging van het toezicht.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen