Art. 8.8.10 Wetboek van Strafvordering
1. De rechter die bevoegd is om over de voorlopige hechtenis te beslissen blijft na erkenning van de Europese toezichtbeslissing door de uitvoerende lidstaat bevoegd om overeenkomstig Boek 2, Titel 5.4, te beslissen over de voorlopige hechtenis, de schorsing van de voorlopige hechtenis en de daaraan te verbinden voorwaarden.
2. Het openbaar ministerie stelt de uitvoerende autoriteit direct in kennis van:
a. een wijziging van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;
b. een beslissing die strekt tot beëindiging van het toezicht op de naleving van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden;
c. een overeenkomstig Boek 2, Afdeling 5.5.3, ingesteld beroep tegen de beslissing over de schorsing van de voorlopige hechtenis.
3. Indien de uitvoerende autoriteit daarom heeft verzocht stelt het openbaar ministerie die autoriteit direct in kennis van informatie over de noodzaak van het voortduren van het toezicht op de naleving van de voorwaarden.