Art. 8.2.2 Wetboek van Strafvordering
1. Als verzoeken om rechtshulp worden aangemerkt verzoeken van daartoe bevoegde autoriteiten van een staat aan de bevoegde autoriteiten van een andere staat tot het al dan niet gezamenlijk verrichten van onderzoekshandelingen met het oog op de verkrijging van bewijsmateriaal, de bepaling van te confisqueren voordeel of de verkrijging van andere relevante informatie, tot het verlenen van medewerking daaraan, tot het verrichten van handelingen ter beëindiging van een strafbaar feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten, tot het toezenden van stukken, tot het geven van inlichtingen, dan wel tot het betekenen of op andere wijze aanbieden van berichten aan derden.
2. Een verzoek om rechtshulp kan ook worden gericht aan een internationaal gerecht. Een verzoek om rechtshulp van een internationaal gerecht kan worden uitgevoerd indien dit voortvloeit uit een verdrag of ander volkenrechtelijk instrument, en daartoe geen bijzondere wettelijke regeling is getroffen. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing.