Art. 7.6.15 Wetboek van Strafvordering

Wetboek van Strafvordering

1. De rechtbank kan op vordering van de officier van justitie de termijn van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking telkens verlengen met twee, drie, vier of vijf jaar indien:

a. ernstig rekening ermee wordt gehouden dat de veroordeelde opnieuw een misdrijf zal plegen waarvoor een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking kan worden opgelegd; of

b. dit noodzakelijk is ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen.

2. De vordering wordt ingediend uiterlijk een maand voor het tijdstip waarop de maatregel door tijdsverloop zal eindigen. De officier van justitie is in een later ingediende vordering niettemin ontvankelijk indien hij aannemelijk maakt dat de grond voor verlenging zich eerst nadien heeft voorgedaan.

3. De artikelen 7.6.13, derde lid, en 7.6.14, zesde lid, derde zin, en achtste lid, zijn van toepassing.

Verwijst naar

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen