Art. 56 Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring

1. Het bezit van contant geld door de vreemdelingen in de inrichting of een afdeling is verboden, tenzij in de huisregels anders is bepaald.

2. In inrichtingen of afdelingen waar het bezit van contant geld door de vreemdelingen verboden is, heeft de vreemdeling de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting.

3. In de huisregels kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bezit van contant geld en het gebruik van de rekening-courant. Deze regels kunnen een beperking betreffen van het bedrag waarover de vreemdeling ten hoogste in contanten of door middel van zijn rekening-courant mag beschikken.

Toelichting

Vorige artikelen

Volgende artikelen