Art. 6 Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, Verband tussen geografische aanduidingen en merken

Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

1. De partijen weigeren de registratie of zorgen voor nietigverklaring van een merk dat in een van de in artikel 5, lid 1, van dit protocol bedoelde situaties betrekking heeft op eenzelfde soort product, indien een aanvraag om het merk te registreren wordt ingediend na de datum van het verzoek om bescherming van de geografische aanduiding in het desbetreffende grondgebied. Een bevoegde autoriteit van een partij kan bepalen dat uitsluitend tot nietigverklaring wordt overgegaan indien een belanghebbende hiertoe naar behoren en overeenkomstig de toepasselijke wetgeving een aanvraag indient.

2. Voor de geografische aanduidingen die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol in bijlage I bij dit protocol zijn opgenomen, is de in lid 1 bedoelde datum van het verzoek om bescherming de in bijlage I bij dit protocol vermelde voorrangsdatum, onverminderd de blijvende geldigheid van de aan een merk van vóór de vermelde datum ontleende rechten van voorrang die onmiddellijk voor de datum van inwerkingtreding van dit protocol op het grondgebied van een partij golden.

3. Voor de in artikel 7 van dit protocol bedoelde geografische aanduidingen is de in lid 1 bedoelde datum van het verzoek om bescherming de datum waarop de ene partij een verzoek van de andere partij om bescherming van een geografische aanduiding ontvangt, mits de ontvangende partij deze geografische aanduiding vervolgens beschermt.

4. De bescherming van een geografische aanduiding uit hoofde van artikel 5 van dit protocol doet geen afbreuk aan het voortgezette gebruik van een merk dat op het grondgebied van een partij is aangevraagd, geregistreerd of door gebruik te goeder trouw is verworven vóór de datum van het verzoek om bescherming van de geografische aanduiding, mits er in de wetgeving van de betrokken partij geen gronden voor de ongeldigheid of de herroeping van het merk zijn. De datum van het verzoek om bescherming van de geografische aanduiding wordt vastgesteld overeenkomstig de leden 2 en 3.

5. Indien voor in bijlage I bij dit protocol opgenomen geografische aanduidingen waarvoor als voorrangsdatum de „datum van inwerkingtreding” is aangegeven, een merk wordt aangevraagd tussen de datum van bekendmaking met het oog op commentaar of oppositie in verband met deze geografische aanduidingen en de datum van inwerkingtreding van dit protocol, wordt in een van de in artikel 5, lid 1, van dit protocol bedoelde situaties vermoed dat het merk te kwader trouw is aangevraagd.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen