Art. 30 Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds, Informatieprocedure in verband met cumulatie

Economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

1. Wanneer artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4, leden 2 en 3, van dit protocol worden toegepast, wordt het bewijs dat de materialen in de zin van dit protocol van oorsprong zijn uit een SADC-EPO-staat, de EU, een andere ACS-EPO-staat of een LGO geleverd door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, door een oorsprongsverklaring of door de leveranciersverklaring waarvan het model in bijlage V A is opgenomen, afgegeven door de exporteur in het land of gebied waaruit de materialen afkomstig zijn, dan wel in de EU indien de materialen uit de EU afkomstig zijn. Wanneer artikel 6, lid 1, van dit protocol wordt toegepast, wordt het bewijs dat de materialen van oorsprong zijn, geleverd door formulier A of een verklaring van oorsprong.

2. Wanneer artikel 3, leden 4 en 5, en artikel 4, leden 6 en 7, van dit protocol worden toegepast, wordt het bewijs van de be- of verwerking in een SADC-EPO-staat, de EU, een andere ACS-EPO-staat of een LGO geleverd door de leveranciersverklaring waarvan het model in bijlage V B is opgenomen, afgegeven door de exporteur in het land of gebied waaruit de materialen afkomstig zijn, dan wel in de EU indien de materialen uit de EU afkomstig zijn. Voor elke goederenzending stelt de leverancier een afzonderlijke leveranciersverklaring op, hetzij op de handelsfactuur betreffende die zending of op een bijlage bij die factuur, hetzij op een pakbon of op een ander handelsdocument betreffende die zending, waarin de betrokken materialen voldoende nauwkeurig zijn omschreven om ze te kunnen identificeren.

3. Wanneer een leverancier aan een bepaalde afnemer geregeld goederen levert waarvan het karakter met betrekking tot de preferentiële oorsprongsregels vermoedelijk geruime tijd ongewijzigd zal blijven, mag hij één enkele verklaring opstellen die voor alle latere zendingen van de betrokken goederen geldig is, hierna „leveranciersverklaring voor herhaald gebruik” genoemd, voor zover de hieraan ten grondslag liggende feiten of omstandigheden ongewijzigd blijven. Een leveranciersverklaring voor herhaald gebruik wordt verstrekt voor een periode van ten hoogste één jaar vanaf de datum waarop de verklaring werd afgegeven.

4. Een leveranciersverklaring voor herhaald gebruik kan met terugwerkende kracht worden verstrekt. In dat geval mag de geldigheidsduur ervan niet langer zijn dan één jaar vanaf de datum waarop de verklaring van kracht werd. Evenwel wordt erkend dat de douaneautoriteit het recht heeft een leveranciersverklaring voor herhaald gebruik in te trekken indien de omstandigheden veranderen of er onjuiste of valse informatie is verstrekt.

5. Wanneer de leveranciersverklaring voor herhaald gebruik niet meer geldt voor de geleverde goederen, deelt de leverancier dit de afnemer onmiddellijk mede.

6. De leveranciersverklaring kan op een voorgedrukt formulier worden gesteld.

7. De leveranciersverklaring wordt door de leverancier met de hand ondertekend. Wanneer de oorsprongsverklaring en de leveranciersverklaring met de computer worden opgesteld, behoeft de leveranciersverklaring evenwel niet met de hand te worden ondertekend indien ten genoegen van de douaneautoriteiten in de staat waar de leveranciersverklaring wordt opgesteld, is verklaard wie binnen de onderneming van de leverancier verantwoordelijk is. De douaneautoriteiten kunnen de toepassingsvoorwaarden van dit lid vaststellen.

8. De leveranciersverklaring wordt ingediend bij de douaneautoriteiten in het land van uitvoer waar het verzoek om afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 is gedaan.

9. De leverancier die een verklaring opstelt, moet te allen tijde op verzoek van de douaneautoriteiten van het land waar de verklaring is opgesteld alle documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de gegevens in zijn verklaring juist zijn.

10. Leveranciersverklaringen en inlichtingenbladen die vóór de inwerkingtreding van dit protocol overeenkomstig artikel 26 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1528/2007 van de Raad zijn afgegeven, behouden hun geldigheid gedurende een overgangsperiode van twaalf (12) maanden.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen