Art. 66 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Geldmiddelen van krijgsgevangenen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Bij het einde der krijgsgevangenschap, door invrijheidstelling of repatriëring, zal de gevangenhoudende Mogendheid aan de krijgsgevangene een door een bevoegd officier ondertekende verklaring afgeven, waaruit het hem toekomend batig saldo blijkt. Bovendien zal de gevangenhoudende Mogendheid aan de Mogendheid tot welke de krijgsgevangenen behoren, door tussenkomst van de beschermende Mogendheid, lijsten doen toekomen, welke alle bijzonderheden bevatten over de gevangenen wier gevangenschap is geëindigd door repatriëring, invrijheidstelling, ontvluchting, overlijden of op enige andere wijze, en waaruit in het bijzonder blijkt het batig saldo van hun rekeningen. Iedere bladzijde van deze lijsten zal worden gewaarmerkt door een bevoegd vertegenwoordiger van de gevangenhoudende Mogendheid.
De betrokken Mogendheden kunnen bij bijzondere overeenkomst bovenstaande bepalingen geheel of gedeeltelijk wijzigen.
De Mogendheid tot welke de krijgsgevangene behoort, is er voor verantwoordelijk het batig saldo dat hem door de gevangenhoudende Mogendheid bij het einde van zijn gevangenschap is verschuldigd, met hem af te rekenen.
Vorige artikelen
- Artikel 61 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 62 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 63 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 64 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 65 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 67 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 68 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 69 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 70 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 71 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen