Art. 70 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Betrekkingen der krijgsgevangenen met de buitenwereld
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Zodra hij gevangen genomen is of uiterlijk één week na aankomst in een kamp, zelfs indien het een doorgangskamp betreft, en evenzo in geval van ziekte of overbrenging naar een ziekenverblijf of naar een ander kamp, zal iedere krijgsgevangene in de gelegenheid worden gesteld enerzijds aan zijn familie en anderzijds aan het Centraal Bureau voor Krijgsgevangenen, bedoeld in artikel 123, rechtstreeks een briefkaart te zenden, zo mogelijk overeenkomstig het als bijlage aan dit Verdrag gehecht model, welke hen inlicht over zijn gevangenneming, adres en gezondheidstoestand. Bedoelde briefkaarten moeten met de grootst mogelijke spoed worden doorgezonden en mogen op geen enkele wijze worden opgehouden.
Vorige artikelen
- Artikel 65 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 66 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 67 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 68 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 69 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 71 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 72 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 73 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 74 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 75 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen