Art. 61 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Geldmiddelen van krijgsgevangenen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
De gevangenhoudende Mogendheid zal ter verdeling de geldzendingen in ontvangst nemen, welke de Mogendheid tot welke de krijgsgevangenen behoren, hun als aanvulling op hun bezoldiging mocht doen toekomen, mits de bedragen voor iedere krijgsgevangene van dezelfde groep gelijk zijn, mits zij aan alle krijgsgevangenen van deze groep, die tot die Mogendheid behoren, worden verstrekt en mits zij zo spoedig mogelijk op de persoonlijke rekening van de krijgsgevangene worden tegoedgeschreven, overeenkomstig de bepalingen van artikel 64. Deze aanvullingen op de bezoldiging zullen de gevangenhoudende Mogendheid niet ontheffen van enige verplichting krachtens dit Verdrag.
Vorige artikelen
- Artikel 56 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 57 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 58 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 59 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 60 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 62 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 63 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 64 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 65 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 66 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen