Art. 56 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Arbeid van krijgsgevangenen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
De organisatie en administratie van werkgroepen moeten overeenstemmen met die van krijgsgevangenkampen.
Iedere werkgroep zal onder het toezicht van een krijgsgevangenkamp en daarvan administratief afhankelijk blijven. De militaire autoriteiten en de commandant van dat kamp zullen, onder leiding van hun Regering, verantwoordelijk zijn voor de naleving van de bepalingen van dit Verdrag in de werkgroepen.
De kampcommandant zal dagelijks een lijst bijhouden van de werkgroepen welke tot zijn kamp behoren, en daarvan mededeling doen aan de gedelegeerden van de beschermende Mogendheid, het Internationale Comité van het Rode Kruis of andere organisaties tot hulpverlening aan krijgsgevangenen, die het kamp mochten bezoeken.
Vorige artikelen
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 52 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 53 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 54 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 55 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 57 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 58 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 59 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 60 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 61 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen