Art. 50 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Arbeid van krijgsgevangenen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Naast werkzaamheden in verband met de administratie, de inrichting of het onderhoud van hun kamp, mogen krijgsgevangenen tot geen andere werkzaamheden worden verplicht dan die welke behoren tot één van de volgende categorieën:
a. landbouw;
b. grondstoffen-winnende of -bewerkende industrieën; verwerkende industrieën, met uitzondering van metaal-, machine- en chemische industrieën; openbare werken en bouwwerken welke geen militaire aard of bestemming hebben;
c. vervoer en opslag van goederen, zonder militair karakter of militaire bestemming;
d. werkzaamheden op het gebied van de handel, ambacht of kunstnijverheid;
e. huishoudelijke diensten;
f. openbare nutsbedrijven zonder militair karakter of militaire bestemming.
In geval van schending van bovenstaande bepalingen, zijn de krijgsgevangenen bevoegd hun recht van beklag uit te oefenen, overeenkomstig artikel 78.
Vorige artikelen
- Artikel 45 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 46 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 47 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 48 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 49 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 52 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 53 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 54 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 55 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen