Art. 49 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, Arbeid van krijgsgevangenen
Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
De gevangenhoudende Mogendheid mag gezonde krijgsgevangenen voor arbeid gebruiken, rekening houdend met hun leeftijd, sekse, rang en lichamelijke geschiktheid, en in het bijzonder met het doel om hen lichamelijk en geestelijk in goede gezondheid te houden.
Aan krijgsgevangen onderofficieren mogen alleen toeziende werkzaamheden worden opgedragen. Degenen die daartoe niet zijn aangewezen, kunnen om andere passende arbeid vragen, welke hun dan, voor zover mogelijk, zal worden verschaft.
Indien officieren of met hen gelijkgestelden om passende arbeid vragen, zal hun die, voor zover mogelijk, worden verschaft. In geen geval mogen zij tot het verrichten van arbeid worden verplicht.
Vorige artikelen
- Artikel 44 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 45 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 46 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 47 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 48 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
Volgende artikelen
- Artikel 50 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 51 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 52 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 53 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen
- Artikel 54 Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen