Art. 70 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Beschermde personen mogen door de bezettende Mogendheid niet in hechtenis worden genomen, worden vervolgd of veroordeeld wegens handelingen begaan of meningen geuit vóór de bezetting of gedurende een tijdelijke onderbreking daarvan, met uitzondering van schendingen van de wetten en gebruiken van de oorlog.
Onderdanen van de bezettende Mogendheid, die, vóór het uitbreken van de vijandelijkheden, toevlucht hebben gezocht op het grondgebied, van de bezette Staat, mogen slechts in hechtenis worden genomen, worden vervolgd, veroordeeld of buiten het bezette gebied gedeporteerd wegens vergrijpen, gepleegd na het uitbreken der vijandelijkheden, of wegens misdrijven tegen het gemene recht, begaan vóór het uitbreken der vijandelijkheden, welke, volgens de wetten van de bezette Staat, in vredestijd uitlevering gerechtvaardigd zouden hebben.
Vorige artikelen
- Artikel 65 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 66 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 67 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 68 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 69 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 71 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 72 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 73 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 74 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 75 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd