Art. 66 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
De bezettende Mogendheid mag, in geval van schending van de door haar krachtens het tweede lid van artikel 64 afgekondigde strafbepalingen, de verdachte verwijzen naar haar op regelmatige wijze samengestelde, niet-politieke, militaire gerechten, mits deze gerechten in het bezette land zetelen. Beroepsinstanties zullen bij voorkeur in het bezette land zetelen.
Vorige artikelen
- Artikel 61 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 62 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 63 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 64 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 65 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 67 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 68 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 69 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 70 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 71 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd