Art. 72 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Bezette gebieden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Iedere verdachte heeft het recht de voor zijn verdediging benodigde bewijzen aan te voeren en mag in het bijzonder getuigen doen oproepen. Hij heeft het recht te worden bijgestaan door een bevoegd raadsman van zijn eigen keuze, die hem vrijelijk zal mogen bezoeken en de nodige faciliteiten zal genieten om de verdediging voor te bereiden.
Indien de verdachte geen raadsman heeft gekozen, zal de beschermende Mogendheid daarin voorzien. Indien tegen de verdachte een ernstige beschuldiging is ingebracht en er geen beschermende Mogendheid optreedt, moet de bezettende Mogendheid, behoudens toestemming van de verdachte, hem een raadsman ter beschikking stellen.
Iedere verdachte zal, tenzij hij daarvan vrijwillig afstand doet, zowel tijdens het vooronderzoek als tijdens de terechtzitting door een tolk worden bijgestaan. Hij heeft te allen tijde het recht de tolk te wraken en diens vervanging te verzoeken.
Vorige artikelen
- Artikel 67 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 68 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 69 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 70 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 71 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 73 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 74 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 75 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 76 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 77 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd