Art. 133 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Invrijheidstelling, repatriëring en onderbrenging op onzijdig gebied
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Internering eindigt zo spoedig mogelijk na het staken der vijandelijkheden.
Geïnterneerden op het grondgebied van een Partij bij het conflict, die strafrechtelijk worden vervolgd voor vergrijpen welke niet uitsluitend tuchtrechtelijk kunnen worden afgedaan, mogen worden achtergehouden tot het einde van het proces, eventueel tot het einde van de straf. Hetzelfde zal gelden voor hen die tevoren tot een vrijheidsstraf werden veroordeeld.
Bij overeenkomst tussen de gevangenhoudende Mogendheid en de betrokken Mogendheid zullen, na het einde der vijandelijkheden of van de bezetting van het grondgebied, commissies worden ingesteld om verspreide geïnterneerden op te sporen.
Vorige artikelen
- Artikel 128 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 129 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 130 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 131 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 132 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 134 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 135 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 136 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 137 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 138 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd