Art. 132 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Invrijheidstelling, repatriëring en onderbrenging op onzijdig gebied
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Iedere geïnterneerde zal door de gevangenhoudende Mogendheid in vrijheid worden gesteld zodra de redenen welke tot zijn internering hebben geleid, niet meer bestaan.
Bovendien zullen de Partijen bij het conflict er naar streven gedurende de vijandelijkheden overeenkomsten te sluiten voor de invrijheidstelling, repatriëring, terugkeer naar de woonplaats of onderbrenging op onzijdig gebied van bepaalde categorieën van geïnterneerden, in het bijzonder kinderen, zwangere vrouwen en moeders met zuigelingen en jonge kinderen, gewonden en zieken of geïnterneerden die een langdurige gevangenschap hebben ondergaan.
Vorige artikelen
- Artikel 127 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 128 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 129 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 130 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 131 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 133 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 134 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 135 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 136 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 137 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd