Art. 129 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Overlijden
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Geïnterneerden kunnen hun testament deponeren bij de verantwoordelijke autoriteiten, die voor de bewaring daarvan zullen zorg dragen. In geval van overlijden van geïnterneerden, zullen deze testamenten onverwijld aan de door de geïnterneerden aangewezen personen worden toegezonden.
Het overlijden van iedere geïnterneerde afzonderlijk zal door een geneesheer worden vastgesteld; een verklaring zal worden opgemaakt, waarin de doodsoorzaak en de omstandigheden waaronder het overlijden heeft plaats gevonden, worden vermeld.
Een wettig ingeschreven officiële overlijdensakte zal worden opgemaakt overeenkomstig de voorschriften, geldend op het grondgebied waar het interneringsoord is gelegen; een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift zal onverwijld worden toegezonden aan de beschermende Mogendheid en aan het Centraal Bureau, bedoeld in artikel 140.
Vorige artikelen
- Artikel 124 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 125 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 126 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 127 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 128 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 130 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 131 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 132 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 133 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 134 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd