Art. 33 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen, Algemene bepalingen
Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
1. Bij de rechterlijke of scheidsrechterlijke procedure kan een derde Staat, indien deze van oordeel is dat zijn rechtmatige belangen bij een geschil betrokken zijn, aan het Internationale Gerechtshof of aan het Scheidsgerecht een verzoek richten als derde partij te mogen deelnemen.
2. Het Hof of het Scheidsgerecht beslist over het al dan niet inwilligen van dit verzoek.
Vorige artikelen
- Artikel 28 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 29 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 30 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 31 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 32 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
Volgende artikelen
- Artikel 34 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 35 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 36 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 37 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen
- Artikel 38 Europees Verdrag nopens de vreedzame regeling van geschillen